Pular para o conteúdo
Publicidade

O adultério

Por Bíblia Online

O adultério é pecado grave que destrói alianças, famílias e vidas. A Bíblia condena firmemente a infidelidade conjugal e chama à pureza, fidelidade e santidade no casamento.

A lei de Deus

Não adulterarás. Quem comete adultério destrói a própria alma. A Palavra de Deus é clara e direta sobre este pecado.

Gij zult geen overspel doen.

Wie overspel begaat met de vrouw van een ander, moet ter dood worden gebracht; de echtbreker zowel als de echtbreekster.

Gij moogt niet slapen bij de vrouw van uw naaste; daardoor verontreinigt gij u.

Kortzichtig de man, die overspel pleegt met een vrouw: Wie zijn eigen ondergang wil, moet zo iets niet doen;

Kortzichtig de man, die overspel pleegt met een vrouw: Wie zijn eigen ondergang wil, moet zo iets niet doen; Schade en schande zal zo iemand belopen, Zijn slechte naam raakt hij nimmer meer kwijt. Want de jaloezie van den man wekt de woede bij hem op, En op de dag van de wraak zal hij niemand ontzien; Dan slaat hij op losgeld geen acht, Hij wil het niet, al biedt ge hem nog zo veel!

Kan iemand soms vuur in zijn voorschoot nemen, Zonder dat hij zijn kleren schroeit; Of kan hij op gloeiende kolen lopen, Zonder dat hij zijn voeten brandt? Zo vergaat het hem, die zich afgeeft met de vrouw van een ander: Niemand die haar aanraakt, komt er straffeloos van af.

Jesus ensina

Quem olhar para uma mulher com intenção impura já adulterou no coração. Jesus elevou o padrão da pureza.

Gij hebt gehoord, dat er gezegd is:Gij zult geen overspel doen. Maar Ik zeg u: Wie met begeerte naar een vrouw ziet, heeft reeds overspel met haar gepleegd in zijn hart.

Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot, behalve in geval van overspel, is oorzaak, dat ze overspel bedrijft; en wie een verstoten vrouw huwt, pleegt echtbreuk.

Want uit het hart komen slechte gedachten voort, moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen, godslasteringen.

En Hij sprak tot hen: Wie zijn vrouw verstoot, en een andere huwt, begaat echtbreuk tegen haar. En wanneer een vrouw haar man verlaat en een anderen huwt, begaat ze echtbreuk.

Wie zijn vrouw verstoot, en een andere huwt, pleegt echtbreuk; en wie een vrouw huwt, die door haar man is verstoten, pleegt echtbreuk.

en zeiden tot Hem: Meester, deze vrouw is op heterdaad van overspel betrapt. Nu heeft Moses ons in de Wet geboden, dergelijke vrouwen te stenigen. Wat zegt Gij nu? Dit zeiden ze, om Hem een strik te spannen, en tegen Hem een aanklacht te hebben. Maar Jesus boog Zich voorover, en schreef met de vinger op de grond. En toen ze aanhielden met vragen, richtte Hij Zich op, en sprak tot hen: Wie van u zonder zonde is, werpe de eerste steen op haar! Weer boog Hij Zich voorover, en schreef op de grond. Toen ze dit hoorden, gingen ze heen, de een na den ander, maar de oudsten het eerst; en Jesus bleef alleen, de vrouw nog steeds in de kring. Nu richtte Jesus Zich op, en sprak tot haar: Vrouw, waar zijn ze gebleven? Heeft niemand u veroordeeld? Ze zeide: Niemand, Heer. En Jesus sprak: Ook Ik veroordeel u niet; ga heen, en zondig voortaan niet meer.

Armadilhas e consequências

Os lábios da mulher estranha destilam mel, mas o seu fim é amargo. Fuja da imoralidade — o adultério escraviza.

Want al druipen de lippen der vreemde van honing, En is haar gehemelte gladder dan olie, Ten slotte is zij bitter als alsem, En scherp als een tweesnijdend zwaard. Haar voeten dalen af naar de dood, Tot de onderwereld leiden haar schreden; Ze bakent de weg des levens niet af, Maar haar paden kronkelen ongemerkt!

Want al druipen de lippen der vreemde van honing, En is haar gehemelte gladder dan olie, Ten slotte is zij bitter als alsem, En scherp als een tweesnijdend zwaard. Haar voeten dalen af naar de dood, Tot de onderwereld leiden haar schreden; Ze bakent de weg des levens niet af, Maar haar paden kronkelen ongemerkt! Welnu dan kinderen, luistert naar mij, Keert u niet af van mijn woorden. Houd uw weg verre van haar, Nader niet tot de deur van haar huis: Anders moet ge aan anderen uw frisheid afstaan, Uw jaren offeren aan een ongenadig mens

Houd uw weg verre van haar, Nader niet tot de deur van haar huis: Anders moet ge aan anderen uw frisheid afstaan, Uw jaren offeren aan een ongenadig mens Verrijken zich vreemden met uw vermogen, En komt uw zuurverdiend loon in het huis van een ander. Dan slaat ge ten slotte aan t jammeren, En moet ge, als heel uw lichaam op is, bekennen: Hoe heb ik toch de tucht kunnen haten, En de vermaning in de wind kunnen slaan? Waarom heb ik niet geluisterd naar hen, die mij onderwezen, Geen aandacht geschonken aan hen, die mij leerden? Nu hebben mij haast alle rampen getroffen Midden in de kring van mijn volk!

Die aanminnige hinde, Die bevallige gems; Haar borsten mogen u ten allen tijde bevredigen. Aan haar liefde moogt ge u voortdurend bedwelmen. Waarom, mijn zoon, zoudt ge u aan een vreemde te buiten gaan, De boezem strelen van een onbekende?

Want haar pad helt naar de dood, Naar de schimmen leiden haar wegen. Wie zich met haar inlaat, keert nooit weerom, Bereikt nimmer de paden des levens!

Een diepe kuil is de mond van vreemde vrouwen; Op wien Jahweh vertoornd is, die valt erin.

Vlucht de ontucht! Iedere zonde, die de mens bedrijft, is buiten het lichaam, maar de ontuchtige zondigt tegen zijn eigen lichaam.

Ook zeg ik u: leeft naar de geest, dan zult gij niet de begeerten inwilligen van het vlees. Want het vlees begeert tegen de geest, en de geest tegen het vlees; ze staan vijandig tegenover elkaar, zodat gij niet doet, wat gij zoudt willen.

Welnu, de werken van het vlees zijn bekend: ontucht, onreinheid en losbandigheid; afgoderij en toverij; vijandschap, twist, afgunst, gramschap, partijzucht, verdeeldheid, scheuring, en nijd; dronkenschap, brasserij en dergelijke; en ik waarschuw u, zoals ik het ook vroeger deed: wie zo iets doet, zal het koninkrijk Gods niet beërven.

Het huwelijk moet eerbaar zijn onder ieder opzicht, en onbezoedeld het huwelijksbed; want God zal ontuchtigen en overspelers oordelen.

Want dit is Gods wil, uw heiliging: dat gij u namelijk van ontucht onthoudt; dat ieder van u zijn eigen vrouw weet te verwerven in heiligheid en eerbaarheid, niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals de heidenen, die God niet kennen;

Overspelers, weet gij dan niet, dat vriendschap der wereld vijandschap is jegens God? Wie dus een vriend van de wereld wil zijn, maakt zich tot vijand van God.

Ik heb haar tijd gegeven, om tot inkeer te komen; maar ze wil zich niet bekeren van haar ontucht. Zie, haar werp Ik op het bed; die overspel met haar plegen, breng Ik in grote verdrukking, wanneer ze zich niet van haar werken bekeren;

Seja o primeiro