Publicidade

Corpo

Por Bíblia Online

O corpo é templo do Espírito Santo. A Bíblia ensina a cuidar do corpo com responsabilidade, moderação e respeito — honrando a Deus com nosso ser integral.

Templo do Espírito

Vosso corpo é templo do Espírito Santo. Glorificai a Deus no vosso corpo — ele não é vosso, foi comprado por preço.

Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van den heiligen Geest, die in u woont, en dien gij van God hebt ontvangen; ook dat gij uzelf niet toebehoort, daar gij duur zijt gekocht? Verheerlijkt dus God in uw lichaam!

Maar het is mijn eigen lichaam, dat ik beuk en dat ik er onder houd, om na heraut geweest te zijn voor anderen, zelf niet afgewezen te worden.

Al schenk ik weg al wat ik heb, Al geef ik mijn lichaam, om mij te laten verbranden: Zo ik de liefde niet heb, Het dient mij tot niets.

Allen toch, Joden of heidenen, slaven of vrijen, allen zijn we in één Geest tot één lichaam gedoopt, en allen zijn we met één Geest gedrenkt.

Want zoals wij in één lichaam veel ledematen bezitten en niet alle ledematen dezelfde taak verrichten, zo zijn we tezamen één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk zijn we ledematen over en weer.

Cuidar do corpo

O exercício físico é proveitoso, mas a piedade tem promessa para a vida presente e futura. Cuide do corpo com sabedoria.

Want de lichaamsoefening is van weinig nut; maar de godsvrucht is nuttig onder alle opzichten, daar ze de belofte bezit van dit leven en van het toekomstige.

Een blij hart doet het lichaam goed, Neerslachtigheid verdort het gebeente.

Vriendelijke woorden zijn een honingraat, Zoet voor de ziel en verkwikkend voor het gebeente.

Wees niet wijs in uw eigen ogen, Heb ontzag voor Jahweh en vermijd het kwaad: Het zal genezing brengen voor uw lichaam, Verkwikking voor uw gebeente.

Want Gij hebt mijn nieren geschapen, Mij in de schoot van mijn moeder gevormd: Ik dank U voor het ontzaglijk wonder van mijn ontstaan, En voor uw heerlijke werken.

Al bezwijken mijn vlees en mijn hart, God is voor eeuwig de Rots van mijn hart en mijn erfdeel.

Een psalm van David, toen hij in de woestijn van Juda vertoefde. God, wat verlang ik naar U; mijn God, naar U dorst mijn ziel, Naar U smacht mijn lichaam als een dor en droog land naar het water.

Corpo e espírito

O espírito está pronto, mas a carne é fraca. Não vos preocupeis com o corpo — a vida é mais do que alimento.

Waakt en bidt, dat gij niet in bekoring komt. De geest is gewillig, maar het vlees is zwak.

Als uw rechteroog u ergert, ruk het dan uit en werp het van u weg; want beter is het voor u, dat één uwer ledematen verloren gaat, dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen.

Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd voor uw leven, wat gij zult eten of drinken; noch voor uw lichaam, waarmee gij u zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam niet meer dan de kleding?

Weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam doden, doch de ziel niet kunnen doden; vreest liever Hem, die èn ziel èn lichaam in de hel kan verderven.

Toen er intussen een menigte van vele duizenden was saamgestroomd, zodat men elkander haast onder de voet liep, begon Hij tot zijn leerlingen te zeggen: Vooreerst, wacht u voor het zuurdeeg der farizeën, dat is, voor huichelarij. Want niets is bedekt, dat niet ontdekt, niets verborgen, dat niet bekend zal worden. Alles dus wat gij spreekt in de duisternis, zal in het licht worden gehoord; en wat gij in kelders in het oor hebt gefluisterd, zal van de daken worden verkondigd. Ik zeg u, mijn vrienden: Weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam doden, maar daarna niets meer kunnen doen. Ik zal u tonen, wien gij moet vrezen: Vreest Hem, die, als Hij gedood heeft, de macht nog bezit, om in de hel te werpen. Ja, Ik zeg u: Vreest Hem! Worden niet vijf mussen voor twee penningen verkocht? En geen enkele daarvan wordt vergeten door God. Welnu, zelfs al de haren van uw hoofd zijn geteld. Vreest dus niet; gij zijt meer waard dan een zwerm mussen. Ik zeg u: Wie Mij belijdt voor de mensen, hem zal ook de Mensenzoon voor Gods engelen belijden. Maar wie Mij verloochent voor de mensen, zal voor Gods engelen worden verloochend. Wie iets tegen den Mensenzoon zegt, het zal hem worden vergeven: maar wie lastert tegen den Heiligen Geest, het zal hem niet worden vergeven. En wanneer men u in de synagogen en voor vorsten en machthebbers brengt, weest dan niet bezorgd, hoe of wat gij zult antwoorden of zeggen; want de Heilige Geest zal u leren in dat uur, wat gij moet zeggen. Eens zei iemand uit de menigte tot Hem: Meester, zeg aan mijn broer, dat hij met mij de erfenis deelt. Maar Hij zeide hem: Man, wie heeft Mij tot rechter of verdeler over u aangesteld? Toen sprak Hij tot hen: Past op, en wacht u voor allerlei hebzucht; want ook al heeft iemand overvloed, zijn leven is door zijn bezit niet verzekerd. En Hij zei hun deze gelijkenis: De akker van een rijk man had overvloedige oogst gedragen. Toen overlegde hij bij zichzelf, en sprak: Wat zal ik doen? Want ik kan mijn vruchten niet bergen. En hij zeide: Dit zal ik doen. Ik zal mijn schuren afbreken en grotere bouwen, en daar al mijn graan en goed verzamelen. Dan zal ik tot mijn ziel zeggen: Ziel, ge hebt veel goederen liggen, voor vele jaren; neem uw gemak, eet, drink, maak goede sier. Maar God sprak tot hem: Dwaas, deze nacht eist men uw ziel van u op; en wat ge verworven hebt, naar wien zal het heengaan? gaat het hem, die schatten voor zichzelf belegt, maar die niet rijk is voor God. En Hij sprak tot zijn leerlingen: Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd voor uw leven, wat gij zult eten, noch voor het lichaam, waarmee gij u zult kleden. Want het leven is meer dan het voedsel, en het lichaam is meer dan de kleding. Ziet de raven; ze zaaien noch oogsten, hebben geen kelder of schuur; en toch, God onderhoudt ze. Hoeveel meer zijt gij waard dan de vogels. En wie van u kan door zijn tobben een el toevoegen aan zijn levensweg? Als gij dus het minste zelfs niet kunt, wat tobt gij dan over de rest? Denkt aan de lelies, hoe ze groeien: ze werken niet en spinnen niet. En toch zeg Ik u, dat zelfs Sálomon in al zijn heerlijkheid niet gekleed was als een van deze. Als God nu het kruid op het veld, dat vandaag nog bestaat, en morgen in de oven wordt geworpen, aankleedt, hoeveel te meer dan u, kleingelovigen! Vraagt ook gij dus niet, wat gij zult eten of drinken, en maakt u niet angstig. Hiernaar vragen de heidenvolken wel; maar uw Vader weet, dat gij dit allemaal nodig hebt. Zoekt slechts zijn rijk, en dit alles zal u worden geschonken als toegift. Wees niet bezorgd, kleine kudde; want het heeft uw Vader behaagd, u het koninkrijk te geven. Verkoopt uw bezittingen, en geeft er aalmoezen van. Maakt u beurzen die niet slijten, een onuitputtelijke schat in de hemel, waar geen dief kan bij komen, en waar geen mot hem wegvreet. Want waar uw schat is, daar is ook uw hart. Houdt uw lenden omgord, en brandend uw lampen. Weest als mensen, die wachten op hun heer, wanneer hij van de bruiloft komt, om als hij komt en klopt, terstond hem open te doen. Gelukkig de knechten, die de heer bij zijn komst wakker zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal zich omgorden, hen aan tafel doen aanzitten, en hen de rij langs bedienen. En wanneer hij hen aantreft, zelfs als hij in de tweede nachtwaak of in de derde komt, gelukkig zijn ze! Gij weet het: als de huisvader wist, op welk uur de dief zou komen, dan zou hij wakker blijven, en niet laten inbreken in zijn huis. Weest ook gij bereid; want de Mensenzoon komt op een onverwacht uur. Petrus zei Hem: Heer, zegt Gij deze gelijkenis voor ons, of voor allen? De Heer sprak: Wie is toch de trouwe en voorzichtige hofmeester, dien de heer over zijn ondergeschikten zal stellen, om hun op tijd de maat koren te geven? Gelukkig de dienaar, dien de heer bij zijn komst daarmee bezig vindt. Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal hem stellen over al zijn bezit. Maar als die dienaar bij zichzelf gaat denken: "Mijn heer komt nog lang niet"; als hij de knechten en dienstmeisjes begint te slaan, en gaat eten en drinken, en zich aan dronkenschap overgeeft. dan zal de heer van dien dienaar komen op een dag, waarop hij het niet verwacht, en op een uur, dat hij niet kent. En hij zal hem streng bestraffen, en hem het lot der trouwelozen doen delen. De dienaar toch, die de wil van zijn meester kent, maar die zich niet volgens zijn wil heeft voorbereid of gehandeld, hij zal veel slaag krijgen; zo hij hem echter niet kent, en dingen doet, die slaag verdienen, zal hij slechts weinig slaag krijgen. Wien veel is gegeven, hem zal veel worden gevraagd; en wien veel is toevertrouwd. van hem zal des te meer worden geëist. Ik ben gekomen, om vuur op de aarde te brengen; en hoe wens Ik, dat het reeds brandt. En Ik moet een doop ondergaan; en hoe smacht Ik er naar, dat hij voltrokken wordt. Denkt gij, dat Ik vrede ben komen brengen op aarde? Neen, zeg Ik u; wel verdeeldheid. Want van nu af zullen er vijf in één huis verdeeld zijn; drie tegen twee, en twee tegen drie. De vader zal verdeeld zijn tegen den zoon, en de zoon tegen den vader; moeder tegen dochter, en dochter tegen moeder; schoonmoeder tegen haar schoondochter, en schoondochter tegen haar schoonmoeder. Nog sprak Hij tot het volk: Wanneer gij een wolk uit het westen ziet opkomen, zegt gij terstond: Er komt regen; en zo is het. En wanneer de zuidenwind waait, zegt gij: Het zal heet worden; en het gebeurt. Huichelaars, het uitzicht van aarde en hemel weet gij te beoordelen, maar hoe komt het dan, dat gij deze tijd niet weet te beoordelen? En waarom oordeelt gij zelf niet wat recht is? Wanneer ge met uw tegenstander naar de overheid gaat, doe dan onderweg uw best, om van hem af te komen: anders sleept hij u misschien voor den rechter, en levert de rechter u aan den gerechtsdienaar over, en werpt de gerechtsdienaar u in de gevangenis. Ik zeg u: Ge zult daar niet uit komen, vóórdat ge de laatste penning hebt afbetaald.

Drijf de zorg uit uw hart, houd het leed van uw lijf; Want vluchtig is de jeugd als de morgenstond.

União e harmonia

O corpo é um só, mas tem muitos membros. Cristo é a cabeça; a paz de Cristo governe em vossos corações.

Eén lichaam en één geest, zoals gij ook geroepen zijt tot één hoop, die aan uw roeping ontspruit;

Gij vrouwen, weest onderdanig aan uw mannen, als aan den Heer. Want de man is het hoofd van de vrouw, zoals Christus het Hoofd is der Kerk, Hij die de Verlosser is van het Lichaam.

In uw harten heerse ook de vrede van Christus; want daartoe zijt gij tot één lichaam geroepen. Weest dankbaar bovendien!

Dan bouwde Jahweh God een vrouw uit de rib, die Hij uit den mens had genomen, en leidde haar tot den mens. Toen sprak de mens: Deze is eindelijk been van mijn gebeente En vlees van mijn vlees. Mannin zal zij heten, Omdat zij van den man is genomen. Daarom verlaat de man zijn vader en moeder, en hecht zich geheel aan zijn vrouw; en zij worden één vlees.

We worden dus niet kleinmoedig; maar al gaat onze uitwendige mens ook ten onder, onze inwendige herstelt zich iedere dag.

Hij zelf heeft aan het kruishout in zijn Lichaam onze zonden gedragen, opdat wij, van de zonden ontlast, voor de gerechtigheid zouden leven. Door zijn striemen zijt gij genezen;

Allen toch struikelen we op vele punten. Zo iemand in het spreken niet struikelt, dan is hij een volmaakt man; want dan kan hij ook heel het lichaam beteugelen.

Seja o primeiro
Bíblia Online Bíblia Online

Bíblia Online • Versão: 2026-07-05_19-25-13-