Falar
A Bíblia tem muito a ensinar sobre a arte de falar. As palavras têm poder de vida e de morte — podem edificar ou destruir, curar ou ferir, aproximar ou afastar.
O poder das palavras
A morte e a vida estão no poder da língua. A palavra branda desvia a ira, mas a palavra dura suscita o furor.
Falar com sabedoria
No muito falar não falta transgressão. A boca do justo fala sabedoria, e quem guarda os lábios guarda a si mesmo.
Falar a verdade
Cada palavra ociosa será pesada no dia do juízo. Fale a verdade, edifique com a boca e confesse Cristo com os lábios.
Maar Ik zeg jullie: op de Oordeelsdag zullen de mensen verantwoording moeten afleggen voor iedere lichtzinnige opmerking die ze hebben gemaakt.
Als je broeder of zuster je iets misdoet, ga dan naar die persoon toe en wijs hem onder vier ogen terecht. Als hij naar je luistert, heb je hem teruggewonnen.
Herhaal bij het bidden niet steeds gedachteloos dezelfde woorden zoals zij die niet bij Gods volk horen, want zij denken dat ze worden gehoord omdat ze veel woorden gebruiken.
Wat jullie in het donker hebben gezegd, zal in het licht worden gehoord, en wat jullie in de binnenkamer hebben gefluisterd, zal van de daken worden verkondigd.
Een goed mens haalt uit de voorraad goedheid in zijn hart goede dingen tevoorschijn, en een slecht mens haalt slechte dingen tevoorschijn uit zijn voorraad slechtheid. Want waar het hart vol van is, daarvan spreekt de mond.
Want als je met je mond belijdt dat Jezus je Heer is en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft doen verrijzen, zal je gered worden.
Bovendien komt de Geest ons te hulp waar wij tekortschieten. Wij weten namelijk niet hoe we naar behoren moeten bidden, maar de Geest pleit voor ons, met verzuchtingen die te diep voor woorden zijn.
Edificar com palavras
Não saia da boca nenhuma palavra torpe. Sejam prontos para ouvir, tardios para falar, e tardios para a ira.
Zorg dat de woorden die uit je mond komen geen schade aanrichten, maar goed en opbouwend zijn voor wie er behoefte aan heeft, en dat ze deugd doen aan wie ze horen.
Jullie moeten weten, mijn geliefde broeders en zusters, dat ieder mens snel bereid moet zijn om te luisteren, maar niet snel moet willen spreken en ook niet snel kwaad moet worden,
Wij allen struikelen in vele opzichten. Als iemand in zijn uitspraken niet struikelt, is hij een volmaakt mens, in staat om zijn hele lichaam in toom te houden.
Vergeld geen kwaad met kwaad en geen laster met laster. Integendeel, zegen de ander, want daartoe zijn jullie geroepen en zo zullen jullie zegen ontvangen.
Lieve kinderen, laten wij elkaar niet liefhebben door middel van woorden of mooie praatjes, maar met daden die de echtheid van onze liefde bewijzen.