Mentira
A mentira é condenada pela Bíblia como pecado grave. Deus é verdade, e quem mente se alinha com o pai da mentira. O cristão é chamado a falar a verdade em amor.
Deus odeia a mentira
Os lábios mentirosos são abominação para o Senhor. A Bíblia adverte que todo mentiroso terá parte no lago de fogo.
Maar wie laf en trouweloos zijn, wie zich bezighouden met gruwelijkheden, moord, seksueel wangedrag, magie en verering van afgoden, en alle leugenaars, wacht de poel van brandende zwavel; dat is de tweede dood."
Lieg niet tegen elkaar, want je hebt je ontdaan van je oude ‘ik’ met zijn bijhorende gewoonten,
Falar a verdade
Despojai-vos da mentira e falai a verdade cada um com o próximo. Cristo é a verdade, e nos chama a ser testemunhas fiéis.
Ieder van jullie behoort zich dus van de leugen te ontdoen en de waarheid te spreken tegen zijn naaste. Wij zijn immers allen delen van hetzelfde lichaam.
Jezus zei tegen hem: "Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen, tenzij door Mij.
Jullie vader is de duivel en jullie doen graag wat hij verlangt. Hij was een moordenaar vanaf het begin en hij houdt zich niet aan de waarheid, omdat er in hem geen waarheid is. Wanneer hij liegt, spreekt hij uit zichzelf. Hij is een leugenaar, de vader van de leugen.
Consequências da falsidade
A mentira destrói confiança e relacionamentos. As Escrituras alertam sobre os frutos amargos do engano e da falsidade.