Motivação
Motivação verdadeira vem de Deus. A Bíblia nos inspira a correr a carreira da fé com perseverança, sabendo que o Senhor fortalece, guia e recompensa os fiéis.
Força do alto
Tudo posso naquele que me fortalece. Deus dá poder aos fracos e renova a força dos cansados — Ele é a fonte de toda motivação.
Tot alles ben ik in staat door Hem, die mij sterkt.
Hij versterkt den vermoeide, En verdubbelt de kracht van den zwakke. Jonge mannen worden nog moede en mat, Forse knapen kunnen bezwijken: Maar die op Jahweh vertrouwen, vernieuwen hun kracht, Slaan hun vleugels als adelaars uit; Ze lopen, maar worden niet moe, Ze rennen, maar worden niet mat!
En Ik zal juichen en jubelen in Jahweh, Mijn ziel zich verheugen in mijn God. Want Hij heeft Mij gehuld in het kleed van het Heil, Mij de mantel der Gerechtigheid omgeslagen: Zoals een bruidegom zich kroont met een krans, Een bruid zich tooit met haar pronk.
want God is het, die naar zijn welbehagen in u het willen uitwerkt en het handelen.
Correr para o alvo
Prossigo para o alvo, para o prêmio da soberana vocação de Deus em Cristo Jesus. A corrida da fé exige disciplina e foco.
Neen broeders, ik beeld me niet in, het reeds te hebben bereikt. Maar wel dit éne: Ik vergeet wat achter me ligt; ik reikhals naar wat vóór me ligt; het doel jaag ik na, om de prijs te behalen van Gods hemelse roeping in Christus Jesus.
Weet gij niet, dat de wedlopers in het renperk wèl allen lopen, maar dat slechts één de prijs behaalt. Loopt dan zó, dat ook gij hem moogt winnen. En hij, die in het worstelperk optreedt, legt zich een volkomen onthouding op. Zij doen het, om een vergankelijke kroon te ontvangen, wij om een onvergankelijke. En daarom loop ik niet als een, die in den blinde voortholt, en worstel ik niet als een, die in de lucht slaat. Maar het is mijn eigen lichaam, dat ik beuk en dat ik er onder houd, om na heraut geweest te zijn voor anderen, zelf niet afgewezen te worden.
Welnu dan, omringd van zulk een wolk van getuigen, laat ons iedere belemmering en hinder van zonde wegwerpen van ons, en dan met volharding de wedloop beginnen, die voor ons ligt; het oog gevestigd op Jesus, aanvang en einde van het geloof. Hij heeft in plaats van de vreugde, die Hem toekwam, een kruis op Zich genomen, en de schande niet geacht; maar is dan ook gezeten ter rechterzijde van Gods troon. Houdt Hem toch voor ogen, die van de zondaars zulk een tegenspraak heeft verduurd, opdat gij niet uitgeput raakt en de zielskracht verliest.
Al wat gij doet, doet het van harte, als voor den Heer en niet als voor mensen;
Propósito e missão
Deus tem planos de esperança para nós. Cada dia é oportunidade de fazer a sua vontade e avançar com confiança na missão.
Ik ken toch zelf wel de plannen, die Ik over u heb gemaakt, is de godsspraak van Jahweh! Het zijn plannen van heil en niet van rampen; plannen, om u een hoopvolle toekomst te schenken.
en alles zal Ik doen, wat gij Hem zult vragen in mijn naam, opdat de Vader verheerlijkt wordt in den Zoon. Wanneer gij ook Mij in mijn naam iets zult vragen, dan zal Ik het doen. —
Gaat dus heen; onderwijst alle volken, doopt ze in de naam van den Vader en van den Zoon en van den Heiligen Geest, en leert ze onderhouden al wat Ik u heb geboden. Ziet, Ik blijf altijd bij u, tot aan het einde der wereld.
Weest moedig en dapper, vreest ze niet en weest niet bang! Want Jahweh, uw God, trekt zelf met u mee; Hij zal u zijn hulp niet onthouden, noch u verlaten.
Doe al wat uw hand in staat is te doen; Want geen werken of peinzen, Geen kennis of wijsheid is er meer In de onderwereld, waarheen ge gaat. Zevende reeks. Ijdel is het talent.
Al vallen er duizend aan uw zijde, Tienduizend aan uw rechterhand, U treffen ze niet; Zijn trouw is een schild en een pantser!
Vraagt ook gij dus niet, wat gij zult eten of drinken, en maakt u niet angstig. Hiernaar vragen de heidenvolken wel; maar uw Vader weet, dat gij dit allemaal nodig hebt.
Bovendien, toen we bij u waren, hebben we u toch voorgehouden, dat wie niet werken wil, ook niet ete. En nu horen we toch, dat sommigen onder u een ongeregeld leven leiden, zich niet druk maken, maar wel veel drukte. Hen gebieden en vermanen we in den Heer Jesus Christus, om rustig te werken en hun eigen brood te eten. En gij broeders, wordt niet moede, het goede te doen.