Pular para o conteúdo
Publicidade

O poder da oração de intercessão: orando pelos outros

Por Bíblia Online  - 

A oração de intercessão é um dos atos mais poderosos que podemos fazer como cristãos. Interceder por outros é uma maneira de mostrar amor e cuidado, e também de se envolver na obra de Deus em favor dos outros.

Na Bíblia, vemos diversos exemplos de intercessão, desde os grandes profetas até Jesus Cristo, que intercedeu por nós...

O exemplo de Jesus como intercessor

Jesus Cristo é o exemplo perfeito de intercessor. Em João 17, Ele faz uma oração profunda em favor de Seus discípulos, pedindo a Deus que os guarde e os proteja do mal. Ele também intercede por aqueles que ainda creriam n'Ele, mostrando a importância de orar pelos outros, mesmo antes que eles soubessem de suas necessidades.

Jesus, em Sua vida, ensinou que a oração não é apenas para nossos próprios interesses, mas também para o bem-estar dos outros.

Zo sprak Jesus. Toen sloeg Hij zijn ogen ten hemel en zeide: Vader, het uur is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijke. Want Gij hebt Hem macht gegeven over alle vlees, om het eeuwige leven te schenken aan allen, die Gij Hem gegeven hebt. Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enig waarachtigen God, en Hem dien Gij gezonden hebt, Jesus Christus. Ik heb U verheerlijkt op aarde door het werk te volbrengen, dat Gij Mij hebt opgedragen. En nu Vader, verheerlijk Mij bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U bezat, eer de wereld bestond. Ik heb uw naam bekend gemaakt aan de mensen, die Gij Mij gegeven hebt uit de wereld. Ze waren de uwen; maar Gij hebt ze Mij gegeven, en ze hebben uw woord onderhouden. Nu weten ze, dat alwat Gij Mij hebt gegeven, van U afkomstig is. Want Ik heb hun de woorden gebracht, die Gij Mij hebt gegeven; zij namen ze aan, erkenden naar waarheid, dat Ik van U ben uitgegaan, en geloofden, dat Gij Mij gezonden hebt. Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen, die Gij Mij hebt gegeven, omdat ze de uwen zijn. Al het mijne is het uwe, en het uwe het mijne; Ik ben verheerlijkt in hen. Voortaan ben Ik niet meer in de wereld; maar zij blijven in de wereld, terwijl Ik tot U kom. Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, die Gij Mij hebt gegeven; opdat ze één mogen zijn, zoals Wij. Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik ze in uw naam, die Gij Mij hebt gegeven; Ik heb gewaakt over hen, en niemand van hen ging verloren dan de zoon van verderf; opdat de Schrift zou worden vervuld. Maar nu kom Ik tot U. Terwijl Ik nog in de wereld ben, zeg Ik dit alles, opdat ze mijn vreugde ten volle in zich zouden bezitten. Ik heb hun uw woord gegeven; en de wereld is hen gaan haten, omdat ze niet van de wereld zijn, zoals ook Ik niet van de wereld ben. Ik vraag niet, dat Gij ze uit de wereld wegneemt, maar dat Gij ze bewaart voor het kwaad. Van de wereld zijn ze niet, zoals Ik niet van de wereld ben. Heilig hen in de waarheid; uw woord is waarheid. Zoals Gij Mij in de wereld hebt gezonden, zo heb Ik ook hen in de wereld gezonden. En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij in waarheid geheiligd mogen zijn. Ik bid niet voor hen alleen, maar ook voor allen, die door hun woord in Mij geloven. Mogen ze allen één zijn, gelijk Gij, Vader, het zijt in Mij, en Ik in U; mogen ze ook één zijn in Ons, opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. En de glorie, die Gij Mij hebt gegeven, heb ook Ik aan hen gegeven, opdat ze één zouden zijn, gelijk Wij één zijn: Ik in hen, en Gij in Mij. Mogen ze volmaakte eenheid bezitten, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij hebt gezonden, en dat Gij hen hebt bemind, gelijk Gij Mij hebt liefgehad. Vader, Ik wil, dat zij, die Gij Mij hebt gegeven, met Mij mogen zijn, waar Ikzelf ben; dat ze mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij hebt gegeven, omdat Gij Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging der wereld. Gerechte Vader, wel heeft de wereld U niet gekend, maar Ik heb U gekend; en zij hebben erkend, dat Gij Mij hebt gezonden. Ik heb aan hen uw naam bekend gemaakt, en zal dit blijven doen, opdat de liefde, waarmee Gij Mij hebt bemind, in hen moge zijn, en Ik in hen.

Intercessão no Antigo Testamento

O Antigo Testamento também traz exemplos poderosos de intercessão. Moisés intercedeu pelo povo de Israel quando eles pecaram contra Deus, e Deus ouviu sua oração e poupou a nação (Êxodo 32:11-14). Da mesma forma, Abraão intercedeu por Sodoma e Gomorra, buscando que Deus poupasse as cidades se houvesse pelo menos dez justos (Gênesis 18:23-33).

Esses exemplos nos ensinam que podemos ir diante de Deus em favor dos outros, pedindo Sua misericórdia e intervenção em suas vidas.

A importância da intercessão na vida cristã

Interceder pelos outros é um reflexo do nosso amor e preocupação com eles. A Bíblia nos ensina a orar uns pelos outros (Tiago 5:16), e a oração de intercessão é uma maneira de demonstrar esse amor. Além disso, a intercessão fortalece nossa própria fé, pois nos permite ver como Deus atua na vida das pessoas de maneiras que muitas vezes não conseguimos compreender.

Quando oramos pelos outros, também estamos colaborando com Deus em Sua obra redentora no mundo.

Versículos que incentivam a oração de intercessão:

1. 1 Timóteo 2:1: "Antes de tudo, exorto que se façam deprecações, orações, intercessões e ações de graças por todos os homens."

2. Romanos 8:34: "Quem os condenará? Foi Cristo Jesus quem morreu, e mais, quem ressuscitou, está à direita de Deus e também intercede por nós."

3. Efésios 6:18: "Com toda oração e súplica, orando em todo o tempo no Espírito, e para isso vigiando com toda a perseverança e súplica por todos os santos."

O impacto da oração de intercessão

Quando oramos pelos outros, Deus pode agir de maneiras que não conseguimos prever, trazendo cura, proteção, e direção a quem precisa. A oração de intercessão tem um grande poder, pois nos conecta diretamente com o coração de Deus para os outros, e Ele honra nossas orações.

Lembre-se, não importa se a pessoa está perto ou distante, a oração pode atravessar qualquer barreira. Se este artigo te ajudou, compartilhe e espalhe a Palavra de Deus.

Sérgio Murilo Silva
1 pessoa deu Amém