Pular para o conteúdo
Publicidade

Protecção e segurança

Por Bíblia Online

Deus é nosso protetor e refúgio seguro. Em todas as circunstâncias, a Bíblia nos assegura que o Senhor guarda, sustenta e protege aqueles que nele confiam.

Deus, a nossa fortaleza

O Senhor é refúgio e fortaleza, socorro bem presente na angústia. Quem habita no esconderijo do Altíssimo descansa à sombra do Todo-Poderoso.

Voor muziekbegeleiding. Van de zonen van Kore. Met sopraanstemmen. Een lied. God is onze toevlucht en sterkte Een machtige hulp in de nood:

Voor muziekbegeleiding. Van de zonen van Kore. Met sopraanstemmen. Een lied. God is onze toevlucht en sterkte Een machtige hulp in de nood:

Wie onder de hoede van den Allerhoogste verblijft, En in de schaduw van den Almachtige woont, Mag zeggen tot Jahweh: "Mijn toevlucht en sterkte, Mijn God, op wien ik vertrouw!"

Hij zal met zijn vleugelen u dekken, En onder zijn wieken vindt gij een schuilplaats.

Al vallen er duizend aan uw zijde, Tienduizend aan uw rechterhand, U treffen ze niet; Zijn trouw is een schild en een pantser!

Want úw toevlucht is Jahweh, Den Allerhoogste hebt gij u tot beschermer gekozen. Geen onheil zal u dus treffen, Geen plaag uw tenten bereiken;

Van David. Jahweh is mijn licht en mijn heil: Wien zou ik vrezen? Jahweh is de schuts van mijn leven: Wien zou ik duchten?

Hij alleen is mijn rots en mijn redding, Mijn toevlucht: nooit zal ik wankelen!

Zo bleef Jahweh een toevlucht voor de verdrukten, Een wijkplaats in tijden van nood;

O escudo do Senhor

Deus nos rodeia com sua proteção como um escudo. Ele é rocha, baluarte e libertador. Sua fidelidade nos cobre e nos guarda.

Toch zijt Gij, Jahweh, het schild dat mij dekt, Mijn glorie en trots!

Een psalm van David, bij zijn vlucht voor zijn zoon Absalom. Jahweh, hoe talrijk zijn mijn belagers, Hoe talrijk, die tegen mij opstaan; Hoe velen, die van mij zeggen: Voor hem geen heil bij zijn God! Toch zijt Gij, Jahweh, het schild dat mij dekt, Mijn glorie en trots! Ik behoef maar tot Jahweh te roepen, Dan verhoort Hij mij van zijn heilige berg. Ik leg mij neer, slaap rustig in, Ontwaak, want Jahweh beschut mij. Zo vrees ik de duizenden niet, Die van alle kant mij omringen.

God! Volmaakt zijn zijn wegen, Jahweh’s woord is gelouterd. Hij is voor allen een schild, Die vluchten tot Hem.

Zo hebt Gij mij het schild van uw heil gereikt; Uw rechterhand heeft mij gestut, uw goedheid maakte mij groot. Gij hebt een weg voor mijn stappen gebaand, En mijn voeten wankelden niet.

Van David. Geprezen zij Jahweh, Mijn Rots; Die mijn handen leert strijden, En mijn vingers leert kampen. Mijn sterkte en burcht, Mijn schuilplaats en toevlucht, Mijn schild, waarop ik vertrouw: Die de volkeren aan mij onderwerpt.

Voor U, die aan koningen de zege verleent, Die redding brengt aan David, uw dienaar.

Dan verheugen zich allen, Die tot U vluchten; Jubelen eeuwig, Daar Gij ze beschermt; En juichen in U, Die uw Naam beminnen. Want Gij zegent den rechtvaardige, Jahweh; Als een schild dekt hem uw liefde.

Nu roep ik tot U; want Gij zult mij verhoren, o God; Luister naar mij, en hoor naar mijn smeken! Doe wonderen van goedheid, o Redder van die op U hopen, En die op uw rechterhand steunen. Behoed mij als de appel van uw oog, Verberg mij in de schaduw uwer vleugelen: Voor de bozen, die mij bespringen, Voor mijn vijanden, die mij woedend omringen.

Ja, de koning blijft op Jahweh vertrouwen, Op de gunst van den Allerhoogste, zonder te wankelen! Uw hand zal al uw vijanden treffen, Uw rechterhand al die u haten; Gij zult ze doen blozen als een gloeiende oven, Wanneer gij maar een blik op hen werpt. Jahweh zal in zijn toorn ze verslinden, En het vuur ze verteren.

Gij zijt mijn schutse, en behoedt mij voor rampspoed, Gij omringt mij met jubel van heil!

Segurança e provisão

O Senhor supre todas as necessidades dos seus filhos. Quem busca o Reino primeiro não precisa temer — nada faltará aos que temem ao Senhor.

Een psalm van David. Mijn Herder is Jahweh! het ontbreekt mij aan niets:

Rijken kunnen verarmen en hongeren, Die Jahweh zoekt, komt niets te kort.

Vertrouw op Jahweh, doe enkel wat goed is, Blijf in het land en wees trouw;

Ik was jong, en nu ben ik oud: Maar nooit heb ik een vrome verlaten gezien;

Mijn God zal dan ook in Christus Jesus in al uw behoeften voorzien naar zijn rijkdom en door zijn heerlijkheid.

Tot alles ben ik in staat door Hem, die mij sterkt.

Maar zoekt eerst het rijk Gods en zijn gerechtigheid, en dit alles zal u worden geschonken als toegift.

Doet niet zoals zij; want uw Vader weet, wat gij nodig hebt, vóórdat gij er Hem om vraagt.

Vraagt en men zal u geven; zoekt en ge zult vinden; klopt en men zal u opendoen. Want wie vraagt, ontvangt; wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem doet men open.

Als gij dus, zondige mensen, aan uw kinderen goede gaven weet te schenken, hoeveel te meer zal dan uw Vader, die in de hemelen is, het goede geven aan wie het Hem vragen.

Guarda e livramento

O anjo do Senhor acampa ao redor dos que o temem e os livra. Deus promete guardar todas as nossas saídas e entradas para sempre.

De engel van Jahweh slaat zijn legerplaats op Rond die Hem vrezen, om ze te redden!

Maar zijn dienaars spaart Jahweh het leven; Wie tot Hem vlucht, zal het nimmer berouwen.

Een bedevaartslied. Ik hef mijn ogen omhoog naar de bergen: "Vanwaar komt mijn hulp?" Mijn hulp komt van Jahweh, Die hemel en aarde heeft gemaakt! Neen, Hij laat uw voeten niet struikelen, Hij slaapt niet, uw Wachter; Neen, Hij sluimert noch dommelt, Israëls Beschermer! Jahweh is uw Behoeder, Uw schaduw aan uw rechterhand: Overdag zal de zon u niet hinderen, En de maan niet des nachts. Jahweh behoedt u voor iedere ramp, Hij is bezorgd voor uw leven; Jahweh waakt over uw komen en gaan Van nu af tot in eeuwigheid.

Een puntdicht van David. Behoed mij, o God, want tot U neem ik mijn toevlucht;

Een puntdicht van David. Behoed mij, o God, want tot U neem ik mijn toevlucht;

Jahweh houd ik altijd voor ogen; Staat Hij mij ter zijde, dan wankel ik niet.

Jahweh houd ik altijd voor ogen; Staat Hij mij ter zijde, dan wankel ik niet.

Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Moge Jahweh op de dag van nood u verhoren, De naam van Jakobs God u beschermen, Uit het heiligdom u hulp verlenen, En uit Sion u bijstaan.

Behoed mij, en red mij; Laat mijn vertrouwen op U niet worden beschaamd! Maar mogen onschuld en deugd mij beschermen; Want op U blijf ik hopen, o Jahweh!

Ook het ros kan de zege niet schenken, Door zijn grote snelheid niet redden. Maar het oog van Jahweh rust op hen, die Hem vrezen, En die op zijn goedheid vertrouwen: Om ze te redden van de dood, Ze in het leven te houden bij hongersnood.

Onze ziel blijft opzien tot Jahweh: Hij is onze hulp en ons schild;

Confiança inabalável

Melhor é confiar no Senhor do que confiar no homem. Quem anda em integridade anda seguro, e a torre forte do nome do Senhor protege o justo.

Voor mij neemt Jahweh het op: Niets heb ik te vrezen; Wat zouden de mensen mij doen!

Beter tot Jahweh te vluchten, dan op mensen te bouwen;

De naam van Jahweh is een sterke burcht; De rechtvaardige ijlt erheen, en is veilig.

De naam van Jahweh is een sterke burcht; De rechtvaardige ijlt erheen, en is veilig.

Op het ontzag voor Jahweh mag de sterke vertrouwen, Ook zijn kinderen vinden daarin een toevlucht.

Want Jahweh zal zijn op al uw wegen, Uw voet behoeden voor de strik.

Hij gaat veilig, die onberispelijk wandelt; Maar wie zich op dwaalwegen waagt, wordt betrapt.

Elk woord van God is vertrouwd; Hij is een schild, voor wie op Hem bouwen.

Elk woord van God is vertrouwd; Hij is een schild, voor wie op Hem bouwen.

De deugd beschermt hem, die onberispelijk wandelt, De boosheid brengt de zondaars ten val.

De rechtvaardige kan eten tot verzadigens toe, De maag der bozen komt te kort.

Want Jahweh schenkt wijsheid, Van zijn lippen komen kennis en inzicht; Hij houdt hulp bereid voor de braven, Is een schild voor mensen van onberispelijke wandel; Hij beschermt de paden des rechts, En beveiligt de weg van zijn dienaars!

De wijze ziet onheil en trekt zich terug; De onnozelen lopen door, en moeten ervoor boeten.

Wel worden paarden getuigd voor de dag van de strijd, Maar de zege hangt van Jahweh af.

Bewaak dus uw hart met de uiterste zorg, Want daar ligt de oorsprong des levens.

A presença protetora

O Senhor prometeu estar conosco e nunca nos desampara. Ele é como sombra à nossa direita e fortaleza em todo o tempo.

Weest moedig en dapper, vreest ze niet en weest niet bang! Want Jahweh, uw God, trekt zelf met u mee; Hij zal u zijn hulp niet onthouden, noch u verlaten.

Een toevlucht is de oude God, Met eeuwig uitgestrekte armen. Hij dreef den vijand voor u uit, En sprak: Verdelg!

Over Benjamin sprak hij: De lieveling van Jahweh Zal in veiligheid bij Hem wonen; Hij beschermt hem voor immer, En woont tussen zijn heuvels.

Neen, geen wapen zal treffen, dat tegen u is gesmeed; Elke tong, die u beschuldigt, zult ge in t ongelijk stellen: Dit is het erfdeel van de dienaars van Jahweh, Hun aanspraak bij Mij: is de godsspraak van Jahweh!

Gij schenkt het een heerlijke vrede, Omdat het op U heeft gehoopt.

Tot uw ouderdom ben Ik dezelfde, tot uw grijsheid blijf Ik u torsen. U dragen, zoals Ik gedaan heb, u torsen en redden.

En als fladderende vogels Zal Jahweh der heirscharen Jerusalem beschutten, Beschermen en redden, Beschutten, verlossen.

Houdt op met kwaad, leert het goede doen; Behartigt het recht, en helpt den verdrukte, Geef den wees wat hem toekomt, neemt het voor de weduwe op!

Zo ge gewillig zijt en gehoorzaam, Zult ge het vette der aarde genieten; Maar zo ge blijft weigeren, en u verzetten, Zal het zwaard u verslinden, zegt Jahweh’s mond.

Jahweh zal voor u strijden; gij kunt rustig toeschouwen.

Jahweh is goed voor die op Hem hopen, Een toevlucht in tijden van nood; Hij kent, die tot Hem hun toevlucht nemen,

Promessas de cuidado

Deus garante que nem um fio de cabelo cairá sem sua permissão. Ele deseja que vivamos em paz, confiança e segurança total nele.

Worden niet twee mussen voor een penning verkocht? En toch zal er niet één op de grond vallen zonder de wil van uw Vader. En van u zijn alle hoofdharen geteld. Vreest dus niet; gij zijt meer waard dan een zwerm mussen.

En al wat gij in uw gebed met geloof zult vragen, zult gij verkrijgen.

En gij zult gehaat zijn bij allen terwille van mijn Naam; maar geen haar op uw hoofd zal verloren gaan. Door uw standvastigheid zult gij uw ziel behouden.

Nog sprak Hij tot hen: Toen Ik u uitzond zonder beurs en reiszak en sandalen, heeft het u toen aan iets ontbroken? Ze zeiden: Aan niets.

Wat zullen we hieraan nog toevoegen? Wanneer God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn?

Zo zeggen we met goede moed: "De Heer is mijn Helper; ik heb niets te vrezen; Wat kan een mens mij nog doen?"

Onderwerpt u dus nederig aan God, maar verzet u tegen den duivel, en hij zal voor u vluchten!

Slapen we dus niet als de anderen, maar laten we waken en nuchter blijven.

Fidelidade e aliança

Deus é fiel à sua aliança. Ele protege cada promessa que faz e guarda os seus como a menina dos seus olhos.

De Heer is getrouw; Hij zal u sterken, en u voor het kwade bewaren.

en verkrijgen van Hem al wat we vragen. -Want we onderhouden zijn geboden en doen wat Hem behaagt.

En dit is het vertrouwen, dat wij op Hem stellen: Wanneer we iets vragen overeenkomstig zijn wil, dan luistert Hij naar ons. En wanneer we weten, dat Hij naar ons luistert, wat we ook vragen, dan weten we ook, dat we verkrijgen, wat we Hem hebben gevraagd.

We weten, dat wie uit God is geboren, niet zondigt; maar wie uit God is geboren, waakt over zichzelf, en de Boze heeft geen vat op hem.

Voortaan ben Ik niet meer in de wereld; maar zij blijven in de wereld, terwijl Ik tot U kom. Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, die Gij Mij hebt gegeven; opdat ze één mogen zijn, zoals Wij. Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik ze in uw naam, die Gij Mij hebt gegeven; Ik heb gewaakt over hen, en niemand van hen ging verloren dan de zoon van verderf; opdat de Schrift zou worden vervuld.

Ik vraag niet, dat Gij ze uit de wereld wegneemt, maar dat Gij ze bewaart voor het kwaad.

Wie toch is God, dan Jahweh alleen; Wie een rots, dan alleen onze God!

Begin dan van nu af het huis van uw dienaar te zegenen, opdat het altijd bestendig zij voor uw aanschijn. Want Gij, Heer Jahweh, hebt gesproken, en met uw zegen zal het huis van uw dienaar gezegend zijn tot in eeuwigheid!

Hij stelde in Aram van Damascus stadhouders aan, en het werd aan David schatplichtig. Zo werd David op al zijn tochten door Jahweh geholpen.

en Ik was met u op al uw tochten, en heb al uw vijanden voor u verdelgd. Welnu, Ik zal u een naam schenken, zo groot, als slechts de grootsten der aarde bezitten.

Zo ge naar mijn wetten leeft, en mijn geboden onderhoudt en volbrengt, zult ge onbezorgd in het land wonen,

Ik sluit met u mijn verbond, dat nooit meer een schepsel door de wateren van de zondvloed zal worden verdelgd, en dat er nooit meer een zondvloed zal komen om de aarde te verwoesten.

Zeker, niets doet Jahweh, de Heer, Zonder de profeten, zijn dienaars, zijn plan te openbaren:

Provisão diária

Deus satisfaz os desejos do coração dos seus filhos. Ele abençoa, renova as forças e sustenta dia após dia quem nele confia.

Jahweh, onthoud mij nu ook uw barmhartigheid niet, Maar laat uw liefde en gunst mij altijd behoeden.

Werp daarom uw kommer op Jahweh, Hij zal voor u zorgen; En nooit zal Hij dulden, Dat de rechtvaardige wankelt.

Maar ìk zal uw almacht bezingen, Elke morgen uw goedertierenheid prijzen; Want Gij zijt mijn schuts, Mijn toevlucht in tijden van nood.

Doch de Koning zal zich verheugen in God, En wie Hem trouw zweert, zal juichen; Maar de mond van de leugenaars wordt gestopt!

Zingt God ter ere, en verheerlijkt zijn Naam, Jubelt voor Hem, die door de woestijn kwam gereden; Verheugt u in Jahweh, En juicht voor zijn aanschijn! Hij is de Vader der wezen, de Beschermer der weduwen, Hij is God in zijn heilige tent;

Geloofd zij de Heer, die ons altijd beschermt, de God van ons heil;

Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte heb geleid, En die uw mond heb gevuld, toen hij wijd was geopend!

Want Jahweh is een zon en een schild; God geeft genade en glorie. Nooit weigert Jahweh een weldaad aan hen, Die onberispelijk leven.

Jahweh heeft lief Die de ongerechtigheid haat; Hij behoedt het leven van zijn getrouwen, En redt ze uit de handen der bozen.

Jahweh waakt over de zwakken; Ik was uitgeput, maar Jahweh heeft mij gered! Wees dan gelaten, mijn ziel; Want Jahweh blijft voor u zorgen: Hij heeft mij gered van de dood, Mijn ogen van tranen, mijn voeten van stoten; Nog mag ik voor Jahweh’s aanschijn wandelen In de landen der levenden!

Gij zijt mijn schuts en mijn schild, Ik vertrouw op uw woord;

Een bedevaartslied; van Salomon. Wanneer Jahweh het huis niet bouwt, Is het zwoegen der bouwlieden ijdel; Wanneer Jahweh de stad niet behoedt, Waken de wachters vergeefs.

Hier zal Ik David een Hoorn doen ontspruiten, Een lamp ontsteken voor mijn Gezalfde; Zijn vijanden zal Ik met schande bedekken, Mijn kroon zal schitteren op zijn hoofd!"

Jahweh, volbreng het voor mij ten einde toe: Jahweh laat uw genade duren voor eeuwig; Laat het werk uwer handen niet onvoltooid!

Gij opent uw handen, En verzadigt naar hartelust al wat leeft!

De verdrukten verdedigt, Brood aan de hongerigen reikt, En de gevangenen bevrijdt! Jahweh opent de ogen der blinden, Jahweh richt de gebukten weer op; Jahweh heeft de rechtvaardigen lief, Jahweh draagt zorg voor de zwervers. Hij is een steun voor weduwen en wezen, Maar de bozen richt Hij te gronde:

In vrede leg ik mij neer, En aanstonds sluimer ik in; Want Gij alleen, Jahweh, Laat mij zonder zorgen rusten.

Legt aan de wapenrusting Gods, om stand te kunnen houden tegen de listen des duivels.

Legt aan de wapenrusting Gods, om stand te kunnen houden tegen de listen des duivels. Want niet tegen vlees en bloed geldt onze strijd, maar tegen heerschappijen en machten, tegen wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de lucht.

Mag een mens dan God tekort doen, dat gij Mij tekort doet? Ge zegt: Waarin hebben wij U tekort gedaan? In de tienden en eerstelingen? Met vervloeking zijt ge geslagen, heel het volk, en toch blijft ge Mij tekort doen! Brengt de tienden van alles naar de schuren, opdat er voorraad zij voor mijn huis; dan kunt gij eens de proef met Mij nemen, spreekt Jahweh der heirscharen, of Ik de sluizen des hemels niet voor u open, en geen zegen in overvloed over u uitstort.

Op zijn tijd zal Ik milde regen geven, en de buien laten stromen: malse buien!

Want wijsheid beschermt, en rijkdom beschermt, Maar de kennis der wijsheid geeft bovendien leven aan wie haar bezit.

Zo heeft eveneens de Heer verordend, dat zij, die het Evangelie verkondigen, ook van het Evangelie zouden leven.

Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht. Door hieraan toe te geven, zijn sommigen afgedwaald van het geloof, en hebben zich veel stekende pijnen bereid.

Die uitgeput zijn zal Ik verkwikken, Al de versmachtenden laven:

Daarom lijd ik dit alles wel, maar mij er over schamen doe ik niet. Want ik weet op wien ik mijn vertrouwen stel, en ik ben er zeker van, dat Hij machtig is, het mij toevertrouwde pand te bewaren tot die Dag.

Seja o primeiro