26De mensen die dat hoorden, vroegen: "Maar wie kan dan worden gered?"
30die niet veel meer terugkrijgt in deze tijd en die niet in de toekomst het eeuwig leven zal ontvangen."
37Men vertelde hem dat Jezus van Nazaret voorbijkwam.
63 resultados encontrados
26De mensen die dat hoorden, vroegen: "Maar wie kan dan worden gered?"
30die niet veel meer terugkrijgt in deze tijd en die niet in de toekomst het eeuwig leven zal ontvangen."
37Men vertelde hem dat Jezus van Nazaret voorbijkwam.
10Voor het overige: laat je sterken door de Heer en zijn almacht.
11Trek Gods wapenrusting aan, om te kunnen standhouden tegen de listen van de duivel.
17en neem de redding aan als een helm en de boodschap van God als het zwaard van de Geest.
14in de hoop mijn volksgenoten jaloers te maken en zo sommigen van hen te redden.
26En dan zal geheel Israël gered worden. Er staat immers: "Uit Sion komt de redder, hij zal Jakobs goddeloosheid verwijderen.
29Gods genadige geschenken en zijn roeping kunnen namelijk niet ongedaan gemaakt worden.
4Hij moest door Samaria heen,
22Jullie aanbidden God zonder Hem te kennen, wij kennen de God die wij aanbidden. De redding komt immers van het Joodse volk.
40Daarom kwamen de Samaritanen Jezus vragen bij hen te blijven. Hij bleef er twee dagen,
8God kan bevestigen hoezeer ik naar jullie allen verlang met de genegenheid van Christus Jezus.
21Want voor mij is leven Christus, en sterven winst.
24maar voor jullie zou het beter zijn als ik in leven blijf.
18En als de zonden zijn vergeven, hoeft er geen offer meer voor worden gebracht.
23Laten we onverminderd trouw blijven aan onze getuigenis over de verwachting waarin wij leven. We weten immers dat Hij die beloofd heeft, trouw is.
31Het is vreselijk om in de handen te vallen van de God die leeft.
33Ik heb u meteen laten ophalen en u hebt er goed aan gedaan om te komen. Wij allen zijn hier in Gods tegenwoordigheid aanwezig om te luisteren naar alles wat de Heer u beveelt aan ons te zeggen."
38hoe God Jezus van Nazaret met de Heilige Geest en met macht heeft gezalfd en hoe Jezus al rondtrekkende goede daden deed en mensen genas die in de macht van de duivel waren, omdat God met Hem was.
40maar God heeft Hem op de derde dag doen verrijzen en heeft ervoor gezorgd dat Hij werd gezien.
1Ik maan je aan in het bijzijn van God en van Christus Jezus, die over de levenden en de doden zal oordelen wanneer Hij komt als Koning:
18De Heer zal mij beschermen, bij iedere aanval, en mij veilig naar zijn hemels koninkrijk brengen. Hem komt voor eeuwig en altijd de hoogste eer toe. Amen.
22Ik wens jullie de nabijheid en genade van de Heer toe.
7Geef al je zorgen volledig aan Hem over, want Hij geeft om jullie.
11Hem komt voor eeuwig de macht toe. Amen.
14Begroet elkaar met een kus die Gods liefde weerspiegelt. Aan ieder van jullie die bij Christus hoort, wens ik vrede toe.
5want het wordt dan gezuiverd door Gods woorden en ons gebed.
14Zorg dat je de geestesgave die je geschonken is toen je die profetie ontving bij de handoplegging door de oudsten, niet verwaarloost.
16Blijf zorg besteden aan je levenswijze en onderwijs; houd eraan vast, want zo zul je jezelf en je toehoorders redden.
13Hij legde haar de handen op en op dat moment werd haar rug recht en ze verheerlijkte God.
23Iemand vroeg Hem: "Heer, zijn er maar weinig mensen die worden gered?" Jezus zei tegen hen:
33Toch moet Ik vandaag, morgen en overmorgen doorreizen, want het is ondenkbaar dat een profeet omkomt buiten Jeruzalem.
3En als wij zoiets belangrijks als de redding zouden negeren, hoe zouden wij dan ontkomen? Immers, de redding werd aangekondigd door de Heer, is voor ons bevestigd door de mensen die de aankondiging hoorden,
10God, voor Wie en dankzij Wie alles bestaat, wil velen als zijn kinderen laten delen in zijn luister. Daarom vond Hij het gepast dat Jezus, die hun redding bewerkstelligde, zijn einddoel zou bereiken door te lijden.
15Zo heeft Hij hen bevrijd, die wegens hun angst voor de dood hun leven lang als slaven hadden geleefd.
16Begroet elkaar met een heilige kus.
20De God van vrede zal de satan binnenkort onder jullie voeten vermorzelen. Ik wens jullie de genade van onze Heer Jezus toe.
25Ik prijs God: Hij kan zorgen dat jullie sterk staan door te geloven in het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig. Dat is het geheim dat lange tijd verborgen is geweest,
12Het kind werd levend weggebracht en men was bijzonder bemoedigd.
23Alleen word ik in elke stad door de Heilige Geest gewaarschuwd dat mij gevangenschap en lijden te wachten staat.
24Wat mijzelf betreft, ik hecht geen waarde aan mijn leven, als ik mijn taak en opdracht maar mag voltooien die ik van de Heer Jezus heb ontvangen: getuigen van het evangelie van Gods genade.
5Er is één Heer, één geloof, één doop,
7Aan ieder van ons is genade geschonken in de mate waarin Christus die heeft toebedeeld.
30Doe de Heilige Geest van God, die als een waarmerk op je rust tot de dag waarop je verlost wordt, geen verdriet.
8Toen herinnerden de vrouwen zich wat Jezus had gezegd.
21Wij hadden zo gehoopt dat Hij Degene was die Israël zou verlossen. En nu is het al de derde dag sinds die dingen zijn gebeurd.
26Het was toch nodig dat de Messias zou lijden en zijn glorie zou binnengaan?"
7Immers, wie gestorven is, is vrij van de macht van de zonde.
18Jullie zijn bevrijd van de zonde en ten dienste gesteld van de gerechtigheid.
23Want wat we verdienen met onze zonde, is de dood, maar het geschenk dat God in zijn genade geeft, is het eeuwig leven met Christus Jezus, onze Heer.
1De belofte dat we de rust die God aanbiedt mogen ervaren is nog steeds van kracht. Waak er dus over dat niemand van jullie alsnog blijkt tekort te schieten.
9Er blijft dus een sabbatsrust beschikbaar voor Gods volk.
14Wij hebben een verheven hogepriester, die de hemel is binnengegaan: Jezus, de Zoon van God. Laten we daarom vasthouden aan het geloof dat we belijden.
11Want wij geloven dat het door de genade van de Heer Jezus is dat wij – en ook zij – gered worden."
18dingen die Hem altijd al bekend zijn.’
26Die twee hebben hun levens op het spel gezet voor onze Heer Jezus Christus.
11Vandaag is in de stad van David een redder voor jullie geboren: de Messias, de Heer.
30want mijn ogen hebben uw redding gezien,
32een licht dat openbaring brengt voor de vreemde volken,en glorie voor uw volk Israël."