11 Beste vrienden, aangezien God ons zo liefhad, behoren wij ook liefdevol met elkaar om te gaan. 12 Niemand heeft ooit God gezien. Als wij liefdevol met elkaar omgaan, woont God in ons en is onze liefde voor God volgroeid.
20 Als iemand zegt dat hij God liefheeft terwijl hij zijn broeder of zuster hatelijk behandelt, is hij een leugenaar. Immers, als hij zijn broeder of zuster die hij kan zien, niet liefheeft, dan kan hij de God die hij niet heeft gezien, ook niet liefhebben. 21 En dit is dan ook het gebod dat Hij ons heeft gegeven: wie God liefheeft, moet ook zijn broeders en zusters liefdevol behandelen.