20 Als iemand zegt dat hij God liefheeft terwijl hij zijn broeder of zuster hatelijk behandelt, is hij een leugenaar. Immers, als hij zijn broeder of zuster die hij kan zien, niet liefheeft, dan kan hij de God die hij niet heeft gezien, ook niet liefhebben. 21 En dit is dan ook het gebod dat Hij ons heeft gegeven: wie God liefheeft, moet ook zijn broeders en zusters liefdevol behandelen.