Pular para o conteúdo
Publicidade

2 Timóteo 3

1 Besef dat het leven moeilijk zal zijn tegen het einde van de tijd. 2 De mensen zullen egoïstisch zijn, verzot op geld, zelfingenomen, arrogant, lasterlijk, ongehoorzaam aan hun ouders, ondankbaar, goddeloos, 3 hardvochtig, onverzoenlijk, kwaadsprekend, onbeheerst, wreed, kwaadwillig,

Veja também

2 Timóteo
Ver todos os capítulos de 2 Timóteo