9 Toen werd de grote draak – de slang van weleer, die de duivel en de satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt – op de aarde geworpen. Ook zijn engelen werden op de aarde geworpen. 10 Toen hoorde ik een luide stem in de hemel, die riep: "Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God en de heerschappij van zijn Messias gekomen, want de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht aanklaagt bij God, is verslagen.