5 Toen zei een van de oudsten tegen mij: "Stop met wenen, want de leeuw van de stam Juda, de afstammeling van David, heeft gezegevierd en mag de boekrol met de zeven zegels openen." 6 Toen zag ik op de troon, midden tussen de vier wezens en de oudsten, een lam staan. Het zag eruit alsof het geslacht was. Het had zeven hoorns en zeven ogen; dat zijn de zeven geesten die bij God horen en die naar de hele aarde waren uitgezonden. 9 Ze zongen dit nieuwe lied:
"U bent waardig om de boekrol te ontvangen en zijn zegels te verbreken,
want U bent geslacht en met uw bloed heeft U mensen voor God vrijgekocht
uit alle stammen, taalgroepen, volken en naties.