16 Op een dag toen we naar de plaats van gebed gingen, kwam ons een slavin tegemoet die een waarzeggende geest had. Haar eigenaars verdienden veel aan haar toekomstvoorspellingen. 17 Zij kwam voortdurend achter Paulus en ons aan en riep dan: "Deze mensen zijn dienaren van de Allerhoogste God, zij verkondigen hoe men gered kan worden." 18 Ze deed dit vele dagen achtereen. Uiteindelijk raakte Paulus zo geïrriteerd dat hij zich omdraaide en tegen de geest zei: "Ik beveel je in naam van Jezus Christus om uit haar weg te gaan." Op dat moment ging de geest uit haar weg.