Mostrando versículo 27 de 36
27Meteen zei Jezus tegen hen: "Wees gerust, Ik ben het. Wees niet bang."
100 resultados encontrados
27Meteen zei Jezus tegen hen: "Wees gerust, Ik ben het. Wees niet bang."
8Toen ze opkeken, zagen ze enkel nog Jezus.
25Ik heb jullie gewaarschuwd.
34Hij zei tegen haar: "Mijn dochter, je geloof heeft je genezen. Ga in vrede en wees genezen van je kwaal."
9Daarom moet een mens niet scheiden wat God heeft samengevoegd."
23Jezus zei tegen hem: "Waarom zeg je: ‘Als U iets kan doen’? Voor wie gelooft is alles mogelijk."
24Maar dan, na dat leed, zal de zon verduisteren en de maan geen licht geven,
22Jezus antwoordde: "Geloof maar in God.
16Wie gelooft en zich laat dopen, zal worden gered, maar wie niet gelooft, zal worden veroordeeld.