1 Jullie waren dood door je overtredingen en zonden. 2 En jullie leefden in die overtredingen en zonden op de manier van deze wereld, de manier van de heerser van de bovennatuurlijke machten, van de geest die momenteel werkzaam is in de mensen die God ongehoorzaam zijn. 3 Ooit leefden wij allemaal zoals zij: we gaven toe aan de begerigheid van onze zondige natuur en deden wat ons lichaam en onze gedachten van ons verlangden. Van nature waren we mensen die straf verdienden, net als de anderen. 4 Maar omdat God rijk aan mededogen is en zijn liefde voor ons groot is, 5 heeft Hij ons levend gemaakt met Christus, toen we nog dood waren door onze overtredingen. Het is genade dat jullie gered zijn.
Publicidade