1 In het verleden heeft God op allerlei verschillende manieren tot onze voorouders gesproken via de profeten. 2 Maar nu, aan het einde van de tijd, spreekt Hij tot ons door de Zoon, die door Hem is aangesteld tot uiteindelijke eigenaar van alles wat bestaat. Ook heeft Hij door Hem het heelal gemaakt. 3 De Zoon is de afstraling van Gods luister en de afspiegeling van zijn wezen. Hij onderhoudt alles wat bestaat met zijn krachtig bevel en nadat Hij het mogelijk heeft gemaakt om van onze zonden te worden gereinigd, heeft Hij plaatsgenomen aan de rechterzijde van de allerhoogste Majesteit.