1 De Wet toont slechts een schaduw van de goede dingen die komen, niet hun ware gedaante. Wie God wil benaderen, kan daarom niet volkomen worden vergeven op basis van de offers die ieder jaar opnieuw worden gebracht. 2 Anders zouden de mensen wel gestopt zijn met die offers; ze zouden dan eens en voor altijd vergeven zijn en zich dus niet meer schuldig voelen over hun zonden. 3 Maar in feite vormen die offers een jaarlijkse herinnering aan hun zonden. 4 Het bloed van stieren en bokken kan geen zonden uitwissen.
Hebreeën 10:1-4
Em outras traduções
- NLD1939 A Sagrada Escritura, Tradução Petrus Canisius, 1939
1 Daar de Wet slechts de schaduw bezit der toekomstige goederen en niet het wezen dier dingen zelf, kan ze onmogelijk door offers, welke men jaarlijks opdraagt op dezelfde wijze, hen die er aan deelnemen, ééns en voor al tot volmaaktheid brengen. 2 Zou anders het offeren niet hebben opgehouden, omdat dan de offeraars ééns en voor al waren gereinigd en zich geen zonden meer waren bewust? 3 Maar nu wordt integendeel ieder jaar de gedachte aan zonde opnieuw daardoor opgewekt. 4 Want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren en bokken zonden wegneemt.
Direitos das traduções citadas
Domínio Público. Esta tradução bíblica de domínio público é trazida a você por cortesia de eBible.org.
Estes versículos te tocaram? Ore agora!
+581 estão orando agora.
Junte-se à corrente de oração.