33 Toen Jezus zag hoe ze weende en hoe ook de Joodse mensen die met haar waren meegekomen aan het wenen waren, raakte Hij zwaar misnoegd en ontsteld. 34 Hij vroeg: "Waar hebben jullie Hem neergelegd?" Ze zeiden tegen Hem: "Kom maar kijken, Heer." 35 Toen begon Jezus te wenen.