Pular para o conteúdo
Publicidade

Johannes 20

11 terwijl Maria bij het graf stond te wenen. Al wenend boog ze voorover om in het graf te kijken. 12 Daar zag ze twee in het wit geklede engelen zitten op de plaats waar Jezus' lichaam had gelegen, de ene aan het hoofdeinde en de andere aan het voeteneinde. 13 Ze vroegen haar: "Waarom huil je?" Ze antwoordde: "Mijn Heer is weggenomen en ik weet niet waar Hij is neergelegd." 14 Nadat ze dat had gezegd, keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze besefte niet dat Hij het was. 15 Jezus vroeg haar: "Waarom huil je? Wie zoek je?" Ze dacht dat Hij de tuinman was en antwoordde: "Meneer, als u hem hebt verplaatst, vertel me dan waar u Hem hebt neergelegd. Dan zal ik Hem laten ophalen." 16 Jezus zei tegen haar: "Maria". Toen keerde ze zich naar Hem toe en zei in het Aramees: "Rabboeni". Dat betekent: Leraar. 17 Jezus zei tegen haar: "Laat Me los, want Ik ben nog niet naar mijn Vader opgestegen. Maar ga naar mijn broeders toe en zeg tegen hen: Ik ga terug naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God die ook jullie God is." 18 Maria van Magdala ging naar Jezus' leerlingen en verkondigde: "Ik heb de Heer gezien." Ook vertelde ze wat Hij tegen haar had gezegd.

Veja também