1 Later reisde Jezus naar Jeruzalem voor een Joods feest. 2 Nu is er bij de Schaapspoort in Jeruzalem een badhuis met vijf zuilengalerijen; in het Aramees heet het Betzata. 3 Daar lagen veel mensen met ernstige aandoeningen: ze waren blind, verlamd of hadden een andere handicap. 5 Er was daar iemand die al 38 jaar aan zijn aandoening leed. 6 Jezus zag hem liggen, wist dat hij al lange tijd aan die aandoening leed en vroeg hem: "Wil je gezond worden?" 7 De man antwoordde: "Meneer, ik heb niemand om me het bad in te helpen wanneer het water in beweging komt. Telkens als ik ga, is een ander mij voor." 8 Jezus zei: "Sta op, neem je mat op en wandel." 9 De man werd meteen gezond; hij nam zijn mat op en wandelde rond. Dit gebeurde op een sabbat.