30 Toen Jezus met hen aan tafel had plaatsgenomen, nam Hij het brood, sprak Hij een zegengebed uit, brak Hij het brood in stukken en gaf Hij hun daarvan.
30 Toen Jezus met hen aan tafel had plaatsgenomen, nam Hij het brood, sprak Hij een zegengebed uit, brak Hij het brood in stukken en gaf Hij hun daarvan.