50 Hij leidde hen de stad uit, naar Betanië. Daar hief Hij zijn handen omhoog en zegende hen. 51 Terwijl Hij hen zegende, werd Hij in de hemel opgenomen, bij hen vandaan.
50 Hij leidde hen de stad uit, naar Betanië. Daar hief Hij zijn handen omhoog en zegende hen. 51 Terwijl Hij hen zegende, werd Hij in de hemel opgenomen, bij hen vandaan.