33 Maar Hij vroeg hun: "Wie zijn mijn moeder en mijn broers?" 34 Hij keek naar de mensen die in een kring om Hem heen zaten en zei: "Dit zijn mijn moeder en broers. 35 Want wie doet wat God wil, die is mijn broer, zus of moeder."
33 Maar Hij vroeg hun: "Wie zijn mijn moeder en mijn broers?" 34 Hij keek naar de mensen die in een kring om Hem heen zaten en zei: "Dit zijn mijn moeder en broers. 35 Want wie doet wat God wil, die is mijn broer, zus of moeder."