3 Toen koning Herodes dat hoorde, schrok hij hevig, en heel Jeruzalem met hem. 4 Herodes riep alle hoofdpriesters en Schriftgeleerden van het Joodse volk bijeen en vroeg hun waar de Messias zou worden geboren. 5 Zij zeiden tegen hem: "In Betlehem in Judea, want in de profetische geschriften staat:
6 ‘En jij, Betlehem in het land van Juda,
jij bent zeker niet de geringste van de heersers van Juda,
want uit jou zal een heerser voortkomen
die mijn volk, Israël, zal leiden.’"
7 Toen ontbood Herodes de sterrenkundigen in het geheim en hij kwam van hen te weten op welk tijdstip de ster was verschenen. 8 Hij stuurde hen naar Betlehem en zei: "Ga nauwkeurig navraag doen naar het Kind en kom mij verslag uitbrengen wanneer jullie Hem hebben gevonden, opdat ook ik Hem kan gaan vereren."