1 In die periode verscheen Johannes de Doper in de wildernis van Judea. Hij verkondigde: 2 "Kom tot inkeer, want Gods rijk is in aantocht." 3 Johannes was degene over wie de profeet Jesaja had voorspeld: "Er roept een stem in de wildernis: Maak de weg van de Heer gereed, maak paden voor Hem vrij!"
4 Johannes droeg kledij van kameelhaar en hij had een leren riem om zijn middel. Zijn eten bestond uit sprinkhanen en wilde honing. 5 De mensen kwamen uit Jeruzalem en heel Judea en het hele gebied rond de Jordaan naar hem toe 6 en werden door hem in de rivier de Jordaan gedoopt, waarbij ze hun zonden bekenden.