1 Nadat met dit al de ark van Jahweh zeven maanden op Filistijnse bodem had vertoefd, 2 riepen de Filistijnen de priesters en de waarzeggers bijeen, en vroegen: Hoe moeten we doen met de ark van Jahweh; zegt ons, hoe wij ze naar haar plaats terug moeten sturen. 3 Zij antwoordden: Stuurt gij de ark van Israëls God terug, dan moogt gij haar niet zo maar laten gaan, maar moet gij haar een zoenoffer brengen. Dan zult gij genezen, en zal het u duidelijk worden, waarom haar hand van u niet week.
Domínio Público. Esta tradução bíblica de domínio público é trazida a você por cortesia de eBible.org.