Pular para o conteúdo
Publicidade

1 Tessalonicenzen 4

3 Want dit is Gods wil, uw heiliging: dat gij u namelijk van ontucht onthoudt; 4 dat ieder van u zijn eigen vrouw weet te verwerven in heiligheid en eerbaarheid, 5 niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals de heidenen, die God niet kennen; 6 dat niemand zich te buiten gaat, en in deze aangelegenheid zijn broeder bedriegt. Want de Heer is de Wreker van al deze dingen, zoals we het vroeger hebben gezegd en voortdurend betuigd. 7 Want God heeft ons niet tot onreinheid geroepen, maar tot heiligheid.

Domínio Público. Esta tradução bíblica de domínio público é trazida a você por cortesia de eBible.org.

Estes versículos te tocaram? Ore agora!

+581 estão orando agora.

Junte-se à corrente de oração.

Veja também

1 Tessalonicenses
Ver todos os capítulos de 1 Tessalonicenses