Pular para o conteúdo
Publicidade

Resultados da busca por "amor"

105 resultados encontrados

  1. Esdras 9

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 9
    Mostrando versículos 10–12 de 15

    10Onze God: wat zullen wij verder nu zeggen? Want wij hebben uw geboden verzaakt,

    11die Gij door de profeten, uw dienaars, hebt afgekondigd. Zij hebben gezegd: Het land, dat gij in bezit gaat nemen, is een land, bezoedeld door de liederlijkheid der landsbevolking en door de gruwelen, waarmee zij het van het ene einde tot het andere in haar onreinheid heeft verpest.

    12Geeft dus uw dochters niet aan hun zonen, neemt hun meisjes niet voor uw jongens, en zoekt nimmer hun vriendschap of gunst. Dan wordt gij sterk, en zult gij het goede van het land mogen eten, en het voor altijd aan uw kinderen kunnen vermaken.

  2. Números 13

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 13
    Mostrando versículos 12–20 de 33

    12uit de stam Dan Ammiël, de zoon van Gemalli;

    18Ziet, hoe het met het land is gesteld; of het volk, dat er woont, sterk is of zwak, gering of talrijk;

    20of de bodem vet is of schraal; of er bomen zijn of niet; toont, dat ge moed hebt. Brengt ook wat vruchten van het land mee; het was toen juist de tijd der eerste druiven.

  3. Jó 12

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 12
    Mostrando versículos 10–22 de 25

    10Hij, die iedere levende ziel in zijn hand heeft, En de adem van alle menselijk vlees!

    16Bij Hem is kracht en vernuft, Hem behoort de verleide met den verleider;

    22-

  4. 2 Reis 21

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 21
    Mostrando versículo 10 de 26

    10Daarom sprak Jahweh door zijn dienaren de profeten:

  5. 2 Samuel 21

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 21
    Mostrando versículo 20 de 22

    20En toen er weer oorlog uitbrak in Gat, was er een reus, die aan zijn handen zes vingers, aan zijn voeten zes tenen had, in het geheel dus vier en twintig. Ook hij behoorde tot de Refaïeten.

  6. Josué 13

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 13
    Mostrando versículos 4–18 de 33

    4in het zuiden; het hele land der Kanaänieten, van de grot af, die aan de Sidoniërs behoort, tot Afeka en het gebied der Amorieten toe;

    9de streek van Aroër af, aan de oever van de beek Arnon, met de stad halverwege die beek, en de hele vlakte van Medeba tot Dibon;

    18Jáhas, Kedemot en Mefáat,

  7. 1 Crônicas 6

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 6
    Mostrando versículos 11–73 de 81

    11Azarja verwekte Amarja; Amarja verwekte Achitoeb;

    13Sjalloem verwekte Chilki-ja; Chilki-ja verwekte Azarja;

    73Ramot en Anem, met bijbehorende weidegronden.

  8. Ezequiel 16

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 16
    Mostrando versículos 15–45 de 63

    15Maar ge werdt vrijmoedig met uw schoonheid, en uw gevierdheid hadt ge veil. Iedereen, die voorbij kwam, hebt ge uw lust getoond, aan hem u overgegeven.

    32O overspelige vrouw, in plaats van uw eigen man neemt ge vreemden;

    45Een echte dochter zijt ge van uw moeder, die haar man en haar kinderen verliet; ge zijt het evenbeeld van uw zusters, die niets om haar man en om haar kinderen gaven. Uw moeder was een Hittiet, uw vader een Amoriet.

  9. Judite 5

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 5
    Mostrando versículos 2–8 de 29

    2Toen ontstak hij in hevige woede, ontbood alle vorsten en hoofden van Moab en Ammon,

    6Dit volk stamt af van de Chaldeën,

    8verlieten zij het veelgodendom, de godsdienst van hun voorouders,

  10. Eclesiástico 25

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 25
    Mostrando versículos 1–12 de 26

    1In drie dingen vindt mijn ziel behagen; Want lieflijk zijn ze voor God en de mensen: Eendracht onder broeders, liefde voor den evenmens, En man en vrouw, die bij elkander goed passen.

    5Hoe schoon past wijsheid bij grijsaards, Overleg en raad bij mannen van aanzien.

    12De vreze des Heren is het begin van de liefde; Maar het geloof is het begin van onze verbinding met Hem.

  11. Salmos 135

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 135
    Mostrando versículos 11–19 de 21

    11Sichon, den vorst der Amorieten, En Og, den koning van Basjan. Hij was het, die alle vorsten vernielde En alle koninkrijken van Kanaän;

    15Maar de goden der volken zijn zilver en goud, Door mensenhanden gemaakt:

    19Huis van Israël, zegent dan Jahweh; Huis van Aäron, zegent dan Jahweh;

  12. Neemias 11

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 11
    Mostrando versículos 29–34 de 36

    29in En-Rimmon, Sora, Jarmoet,

    33Chasor, Rama, Gittáim,

    34Chadid, Seboïm, Neballat,

  13. Isaías 17

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 17
    Mostrando versículos 3–12 de 14

    3In Efraïm zal geen vesting meer zijn, Geen koningschap meer in Damascus; Met Arams resten zal het gaan Als met de glorie van Israëls zonen: Is de godsspraak van Jahweh der heirscharen!

    5Het zal zijn, of een maaier de halmen grijpt, En zijn arm er de aren van afsnijdt; Of men aren leest in het Refaïm-dal,

    12Ha, het woelen van machtige volken, Die razen als het bruisen der zee; Het tieren der naties, Die bulderen als geweldige wateren!

  14. Levítico 24

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 24
    Mostrando versículos 17–20 de 23

    17Wanneer iemand een mens, wien ook, doodt, moet hij worden gedood;

    18leven voor leven.

    20Breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand; het letsel, dat iemand een ander toebrengt, moet hem worden toegebracht.

  15. Deuteronômio 20

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 20
    Mostrando versículos 7–17 de 20

    7En wie zich met een vrouw heeft verloofd, maar haar nog niet heeft gehuwd, mag naar huis terugkeren; hij zou in de strijd kunnen vallen, en een ander haar huwen.

    10Wanneer ge tegen een stad oprukt om ze te belegeren, moet ge haar eerst de vrede aanbieden.

    17De Chittieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jeboesieten moet ge met de banvloek slaan, zoals Jahweh, uw God, u bevolen heeft,

  16. Êxodo 33

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 33
    Mostrando versículos 2–18 de 23

    2Ik zal dus een engel voor u uitzenden, die de Kanaänieten, Amorieten, Chittieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jeboesieten zal verdrijven,

    3en u voeren naar het land, dat van melk en honing overvloeit. Maar Ik trek zelf niet in uw midden mee, want ge zijt een weerbarstig volk, en Ik zou u misschien onderweg nog verdelgen.

    18Nu vroeg Moses: Laat mij dan uw Glorie aanschouwen.

  17. Juízes 1

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 1
    Mostrando versículos 2–35 de 36

    2Jahweh sprak: Juda zal optrekken; zie, Ik lever hem het land over.

    34De Amorieten drongen de Danieten het bergland in en zorgden ervoor, dat ze niet naar beneden kwamen in de vlakte.

    35Vandaar dat de Amorieten zich handhaafden te Har-Chéres, Ajjalon, en Sjaälbim; maar het huis van Josef kreeg de overhand over hen, zodat ze dienstplichtig werden.

  18. Números 32

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 32
    Mostrando versículos 2–35 de 42

    2gingen ze naar Moses, den priester Elazar en de aanvoerders van de gemeenschap en zeiden:

    3Atarot, Dibon, Jazer, Nimra, Chesjbon, Elale, Sibma, Nebo en Báal-Meon,

    35Atrot-Sjofan, Jazer en Jogbeha,

  19. 1 Reis 4

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 4
    Mostrando versículos 9–22 de 34

    9De zoon van Déker te Makas, Sjaälbim, Bet-Sjémesj, Elon en Bet-Chanan.

    16Baäna, de zoon van Choesjai, over Aser en Bealot.

    22De mondbehoefte van Salomon, voor één dag, bedroeg dertig kor bloem en zestig kor meel,

  20. Josué 9

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 9
    Mostrando versículos 10–25 de 27

    10en aan de beide amorietische koningen over de Jordaan, Sichon, den koning van Chesjbon, en Og, den koning van Basjan, te Asjtarot.

    20Dit moeten we doen: We moeten ze sparen, opdat de toorn niet over ons losbreekt om de eed, die we hun hebben gezworen.

    25We staan nu te uwer beschikking; doe met ons wat u goed en recht lijkt.

Léxico (correspondência exata) Semântico (correspondência relacionada) Versículos omitidos Contexto do capítulo