Pular para o conteúdo
Publicidade

Resultados da busca por "amor"

105 resultados encontrados

  1. Deuteronômio 2

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 2
    Mostrando versículos 18–24 de 37

    18Ge trekt nu Ar, het gebied van Moab, voorbij,

    19en komt in de buurt van de Ammonieten. Ook hen moogt ge niet bestrijden, en geen oorlog met hen beginnen; want Ik zal niets van het land der Ammonieten u in eigendom geven, daar Ik het aan de zonen van Lot als erfelijk bezit heb geschonken.

    24Op, trekt verder, en steekt de beek Arnon over! Zie, Ik heb Sichon, den Amoriet, den koning van Chesjbon, en zijn land aan u overgeleverd; maak een begin met de verovering, en bind de strijd met hen aan.

  2. Josué 24

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 24
    Mostrando versículos 8–18 de 33

    8bracht Ik u naar het land der Amorieten, die in het Overjordaanse woonden; zij streden tegen u, maar Ik leverde hen aan u over, en verdelgde hen voor u, zodat ge hun land in bezit hebt genomen.

    15Maar zo het u niet kan bevallen, Jahweh te dienen, doet dan heden een keuze, wien ge dan wèl dienen wilt: òf de goden, die uw vaderen aan de overkant van de Rivier hebben gediend, òf de goden der Amorieten, van het land, waarin ge woont. Ik en mijn huis, wij dienen Jahweh!

    18Het is Jahweh, die al die volken met de Amorieten, die het land bewoonden, voor ons uit heeft gedreven. Ook wij zullen Jahweh dienen, want Hij is onze God.

  3. Josué 5

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 5
    Mostrando versículo 14 de 15

    14Hij antwoordde: Bij geen van beiden; maar ik ben de aanvoerder van Jahweh ‘s heir; ik kom hier dus van pas. Toen viel Josuë plat ter aarde, huldigde hem, en vroeg hem: Wat heeft mijn Heer tot zijn dienaar te zeggen?

  4. Josué 11

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 11
    Mostrando versículo 3 de 23

    3Dat waren de Kanaänieten in het oosten en het westen, de Amorieten, Chittieten en Perizzieten, de Jeboesieten in het gebergte, en de Chiwwieten aan de voet van de Hermon in het land van Mispa.

  5. Josué 7

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 7
    Mostrando versículos 7–18 de 26

    7en Josuë sprak: Ach Jahweh, mijn Heer; waarom hebt Gij dit volk dan over de Jordaan gebracht? Om ons aan de Amorieten over te leveren, om ons in het verderf te storten? Hadden we toch maar besloten, om in het Overjordaanse te blijven!

    8Ach Heer, wat zal ik zeggen, nu Israël zijn vijanden de rug heeft toegekeerd?

    18Ten slotte die familie man voor man; en aangewezen werd Akan, de zoon van Karmi, zoon van Zabdi, zoon van Zara, uit de stam Juda.

Léxico (correspondência exata) Semântico (correspondência relacionada) Versículos omitidos Contexto do capítulo