Pular para o conteúdo
Publicidade

Job 38

4 Waar waart ge, toen Ik de aarde grondde: Vertel het, zo ge er iets van weet! 5 Wie heeft haar grootte bepaald: gij weet het zo goed; Wie het meetsnoer over haar gespannen? 6 Waarop zijn haar zuilen geplaatst, Of wie heeft haar hoeksteen gelegd: 7 Onder het gejuich van het koor der morgensterren, Het jubelen van de zonen Gods? 8 Wie heeft de zee achter deuren gesloten, Toen zij bruisend uit de moederschoot kwam; 9 Toen Ik haar de wolken gaf als een kleed, De nevel als haar windsels; 10 Toen Ik haar grenzen heb gesteld, Slagboom en grendels haar gaf; 11 Toen Ik sprak: Ge komt tot hier en niet verder, Hier wordt de trots van uw golven gebroken!

Domínio Público. Esta tradução bíblica de domínio público é trazida a você por cortesia de eBible.org.

Estes versículos te tocaram? Ore agora!

+581 estão orando agora.

Junte-se à corrente de oração.

Veja também