1 Ik ben de man, die ellende aanschouwde Door de roede van zijn verbolgenheid; 2 Hij heeft mij gedreven en opgejaagd De diepste duisternis in; 3 Telkens keerde Hij zijn hand tegen mij, Elke dag opnieuw. 4 Hij heeft mijn vlees en huid doen verkwijnen, Mijn beenderen gebroken; 5 Overal rond mij opgestapeld Gal en kommer; 6 Mij in het donker doen zitten Als de doden uit aloude tijden. 7 Hij metselde mij in, zodat ik niet kon ontsnappen, En verzwaarde mijn ketens; 8 Hoe ik ook klaagde en schreide, Hij bleef doof voor mijn smeken; 9 Hij versperde mijn wegen met stenen, Vernielde mijn paden.
Domínio Público. Esta tradução bíblica de domínio público é trazida a você por cortesia de eBible.org.