6 Nu roep ik tot U; want Gij zult mij verhoren, o God; Luister naar mij, en hoor naar mijn smeken! 7 Doe wonderen van goedheid, o Redder van die op U hopen, En die op uw rechterhand steunen. 8 Behoed mij als de appel van uw oog, Verberg mij in de schaduw uwer vleugelen: 9 Voor de bozen, die mij bespringen, Voor mijn vijanden, die mij woedend omringen.
Domínio Público. Esta tradução bíblica de domínio público é trazida a você por cortesia de eBible.org.