1 Van David, toen hij zich voor Abimé als een krankzinnige had aangesteld, door hem was weggejaagd, en was heengegaan. Altijd wil ik Jahweh prijzen, Steeds trilt zijn lofzang in mijn mond. 2 Mijn ziel zal roemen in Jahweh; Bedrukten zullen het horen, en juichen. 3 Verheerlijkt Jahweh met mij, Laat ons te zamen zijn Naam verheffen:
Domínio Público. Esta tradução bíblica de domínio público é trazida a você por cortesia de eBible.org.