8 Smaakt en beseft dan de goedheid van Jahweh; Gelukkig de man, die zijn hoop op Hem stelt. 9 Vreest Jahweh, zijn vromen, Want die Hem duchten, ontbreekt het aan niets; 10 Rijken kunnen verarmen en hongeren, Die Jahweh zoekt, komt niets te kort. 11 Komt nu, kinderen, en luistert naar mij! Ik leer u, hoe men Jahweh moet vrezen,
Domínio Público. Esta tradução bíblica de domínio público é trazida a você por cortesia de eBible.org.