21 Werd Abraham, onze Vader, niet uit werken gerechtvaardigd, toen hij Isaäk, zijn zoon, op het altaar had geofferd? 22 Ge ziet, hoe het geloof met zijn werken gepaard ging, en hoe door de werken het geloof werd volmaakt. 23 En toen ging de Schrift in vervulling, die zegt: "Abraham geloofde aan God, en het werd hem tot gerechtigheid gerekend;" toen ook werd hij genoemd: "de vriend van God."
Publicidade
Jacobus 2:21-23
NLD1939 A Sagrada Escritura, Tradução Petrus Canisius, 1939
Em outras traduções
- GBV Gods Boek
21 Is onze voorvader Abraham niet van schuld vrijgesproken op grond van zijn daden toen hij zijn zoon Isaak op het altaar zou offeren? 22 Je ziet dus dat zijn geloof gepaard ging met daden en dat zijn daden zijn geloof vervolledigden. 23 Zo ging het volgende Schriftgedeelte in vervulling: "Abraham geloofde God en op grond daarvan werd hij vrijgesproken van schuld". Hij werd zelfs Gods vriend genoemd.
Direitos das traduções citadas
Domínio Público. Esta tradução bíblica de domínio público é trazida a você por cortesia de eBible.org.
Estes versículos te tocaram? Ore agora!
+581 estão orando agora.
Junte-se à corrente de oração.