Adresse et salutation
1 Paul, serviteur de Dieu, et apôtre de Jésus-Christ pour la foi des élus de Dieu et la connaissance de la vérité qui est selon la piété, 2 lesquelles reposent sur l’espérance de la vie éternelle, promise No 23:19.2 Ti 2:13.dès les plus anciens temps par le Dieu Ro 16:25.Ép 1:9;3:9.Col 1:26.1 Pi 1:20.qui ne ment point, 3 et qui a manifesté sa parole en son temps par la prédication Ac 20:24.Ga 1:1.qui m’a été confiée d’après l’ordre de Dieu notre Sauveur, 4 2 Co 2:12;7:14;8:6,16.Ga 2:3.à Tite, mon enfant légitime en notre commune foi: Ép 1:2.Col 1:2.2 Ti 1:2.1 Pi 1:2.que la grâce et la paix te soient données de la part de Dieu le Père et de Jésus-Christ notre Sauveur!
Tite chargé d’organiser l’Église de Crète, d’établir des conducteurs fidèles, et de lutter contre ceux qui enseignent de fausses doctrines
5 Je t’ai laissé en Crète, afin que tu mettes en ordre ce qui reste à régler, et que, selon mes instructions, 2 Ti 2:2.tu établisses des anciens dans chaque ville, 6 1 Ti 3:2.s’il s’y trouve quelque homme irréprochable, mari d’une seule femme, ayant des enfants fidèles, qui ne soient ni accusés de débauche ni rebelles. 7 Car il faut que l’évêque soit irréprochable, Mt 24:45.1 Co 4:1.1 Ti 3:15.comme économe de Dieu; qu’il ne soit ni arrogant, Lé 10:9.Ép 5:18.ni colère, ni adonné au vin, ni violent, 1 Ti 3:3.1 Pi 5:2.ni porté à un gain déshonnête; 8 mais 1 Ti 3:2.qu’il soit hospitalier, ami des gens de bien, modéré, juste, saint, tempérant, 9 attaché à la vraie parole telle qu’elle a été enseignée, afin d’être capable d’exhorter selon la saine doctrine et de réfuter les contradicteurs.
10 Ac 15:1.Il y a, en effet, surtout parmi les circoncis, beaucoup de gens rebelles, de vains discoureurs et de séducteurs, 11 auxquels il faut fermer la bouche. Ils bouleversent Mt 23:14.2 Ti 3:6.des familles entières, enseignant pour un gain honteux ce qu’on ne doit pas enseigner. 12 L’un d’entre eux, leur propre prophète, a dit: Crétois toujours menteurs, méchantes bêtes, ventres paresseux. 13 Ce témoignage est vrai. C’est pourquoi reprends-les sévèrement, afin qu’ils aient une foi saine, 14 És 29:13.Mt 15:9.Col 2:22.1 Ti 1:4;4:7;6:20.et qu’ils ne s’attachent pas à des fables judaïques et à des commandements d’hommes qui se détournent de la vérité. 15 Mt 15:11.Ac 10:15.Ro 14:20.Tout est pur pour ceux qui sont purs; Mt 23:25.Ro 14:23.mais rien n’est pur pour ceux qui sont souillés et incrédules, leur intelligence et leur conscience sont souillées. 16 Ils font profession de connaître Dieu, mais ils le renient par leurs œuvres, étant abominables, rebelles, et incapables d’aucune bonne œuvre.
1 Van: Paulus, dienaar van God en apostel van Jezus Christus, gezonden om het geloof van Gods uitverkorenen te versterken en hun kennis van de waarheid te verdiepen, zodat zij kunnen leven in eerbied voor God 2 en in de verwachting van het eeuwig leven, dat reeds voor het begin van de tijd is beloofd door de God die nooit liegt. 3 Het nieuws hierover wordt nu, op de door Hem gekozen tijd, bekendgemaakt door middel van de verkondiging – een taak die mij is toevertrouwd op gezag van God, onze redder.
4 Aan: Titus, die door ons gemeenschappelijk geloof mijn ware kind is geworden.
Ik wens je de genade en vrede van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze redder toe.
5 Ik had je op Kreta achtergelaten met de opdracht, de nog niet geregelde zaken in orde te brengen door in elke stad oudsten aan te stellen. 6 Dit moeten onberispelijke mannen zijn, trouwe huwelijkspartners, van wie de kinderen gelovig zijn en geen reputatie van losbandigheid of opstandigheid hebben. 7 Als beheerder van Gods gezin moet de verantwoordelijke van de kerkgemeenschap onberispelijk zijn: niet arrogant, niet driftig, geen alcoholist, niet opvliegend, niet uit op onrechtmatige winst, 8 maar gastvrij, deugdzaam, bedachtzaam, integer, zuiver, beheerst. 9 Hij moet vasthouden aan de betrouwbare boodschap zoals die hem geleerd is; dan zal hij in staat zijn anderen te bemoedigen met de gezonde leer en terecht te wijzen wie daar tegen ingaat.
10 Er zijn veel opstandige mensen. Het zijn praatjesmakers en bedriegers, in het bijzonder zij die de besnijdenis verkondigen. 11 Die mensen moet het zwijgen worden opgelegd, want ze richten hele families te gronde door verkeerde leer te brengen, en dat uit schandalig winstbejag. 12 Een van hun eigen profeten heeft gezegd: "Kretenzen liegen altijd. Ze zijn wilde beesten, luie veelvraten." 13 Die getuigenis is waar. Wijs hen daarom streng terecht, opdat hun geloof gezond zal zijn 14 en ze geen aandacht zullen schenken aan Joodse mythes of voorschriften van mensen die de waarheid de rug toekeren. 15 Alles is rein voor wie zelf rein is, maar voor mensen die onrein en ongelovig zijn, is niets rein; zowel hun verstand als hun geweten is verontreinigd. 16 Ze beweren dat ze God kennen, maar hun daden spreken dat tegen. Ze zijn weerzinwekkend, ongehoorzaam en niet in staat om iets te doen dat goed is.