1Halleluja! Looft Jahweh in zijn heiligdom, Looft Hem in het firmament zijner glorie;
2Looft Hem om zijn machtige daden, Looft Hem om zijn ontzaglijke grootheid!
6Looft Jahweh, alles wat ademt! Halleluja!
200 resultados encontrados
1Halleluja! Looft Jahweh in zijn heiligdom, Looft Hem in het firmament zijner glorie;
2Looft Hem om zijn machtige daden, Looft Hem om zijn ontzaglijke grootheid!
6Looft Jahweh, alles wat ademt! Halleluja!
2Mijn hulp komt van Jahweh, Die hemel en aarde heeft gemaakt!
4Neen, Hij sluimert noch dommelt, Israëls Beschermer!
7Jahweh behoedt u voor iedere ramp, Hij is bezorgd voor uw leven;
1Hallejuja! Looft Jahweh, alle volken, Verheerlijkt Hem, alle naties;
2Want machtig toont zich voor ons zijn genade, En in eeuwigheid duurt Jahweh’s trouw!
18Gebroken harten blijft Jahweh nabij, Vermorzelde zielen komt Hij te hulp.
19Hoe talrijk de rampen van den rechtvaardige ook zijn, Jahweh redt hem er uit;
22Maar zijn dienaars spaart Jahweh het leven; Wie tot Hem vlucht, zal het nimmer berouwen.
2Hij alleen is mijn rots en mijn redding, Mijn toevlucht: nooit zal ik wankelen!
6Hij alleen is mijn rots en mijn redding, Mijn toevlucht: nooit zal ik wankelen!
8Blijf altijd op God vertrouwen, mijn volk, Stort uw hart voor Hem uit: onze toevlucht is God!
14Want de Almachtige heeft de koningen verstrooid, Zoals het sneeuwt op de Salmon!
19Geloofd zij de Heer, die ons altijd beschermt, de God van ons heil;
20Gij, die ons redt; Jahweh, die nog uitwegen kent van de dood;
8De zon, om over de dag te heersen: Zijn genade duurt eeuwig!
14Israël erdoor deed gaan: Zijn genade duurt eeuwig!
22Tot bezit aan Israël; zijn dienaar: Zijn genade duurt eeuwig!
1Voor muziekbegeleiding. Wijze: De dood van den zoon. Een psalm van David. Met heel mijn hart wil ik U loven, o Jahweh En al uw wonderen vermelden;
8Rechtvaardig richt Hij de wereld, Vonnist de volken, zoals ze verdienen.
14Opdat ik overal uw lof mag verkonden, Om uw redding juichen in de poorten der dochter van Sion.
1Een bedevaartslied. Welaan dan, zegent nu Jahweh, Gij allen, dienaars van Jahweh: Die in het huis van Jahweh verblijft, En ‘s nachts in zijn voorhoven toeft!
2Heft uw handen naar het heiligdom op, En zegent nu Jahweh;
3En uit Sion zal Jahweh u zegenen, Die hemel en aarde heeft gemaakt!
3Trek speer en strijdbijl tegen mijn vervolgers, Zeg tot mijn ziel: "Uw redding ben Ik!"
9Dan zal mijn ziel in Jahweh juichen, Zich over mijn redding verheugen;
18Dan zal ik U loven in de grote gemeente, Voor een talloze schare U prijzen.
1Brengt Jahweh dank, want Hij is goed, En zijn genade duurt eeuwig!
2Zo moeten getuigen, die door Jahweh verlost zijn, En door Hem uit de nood zijn gered;
30Wat waren ze blij, toen het kalm was geworden, En Hij hen naar de verbeide haven geleidde!
2God blikt uit de hemelen neer Op de kinderen der mensen: Om te zien, of er niet één verstandige is, Niet één, die God zoekt.
3Maar allen zijn ze afgedwaald, Allen even bedorven; Er is niemand, die het goede wil doen, Geen enkele zelfs.
6Ach, dat uit Sion Israëls redding mocht dagen, Als God het lot van zijn volk ten beste keert! Dan zal Jakob jubelen, En Israël juichen!
7In zijn dagen zal de gerechtigheid bloeien, En een volheid van vrede, totdat de maan niet meer schijnt.
13Zich over den zwakke en arme ontfermen, En uitkomst brengen aan de misdeelden.
19Gezegend voor eeuwig zijn heerlijke Naam, Heel de aarde worde vervuld van zijn glorie! Amen, Amen!
2Mijn sterkte en burcht, Mijn schuilplaats en toevlucht, Mijn schild, waarop ik vertrouw: Die de volkeren aan mij onderwerpt.
11Ja, Hij hééft mij gered van het moordende zwaard, Mij verlost uit de macht der barbaren, Wier mond alleen maar leugentaal spreekt, En wier rechter een hand van bedrog is.
15Gelukkig het volk, wat zo’n lot is beschoren; Gelukkig het volk, waarvan Jahweh de God is!
9Maar wie brengt mij nu binnen de vesting, Wie zal mij naar Edom geleiden:
11Ach, help ons dan tegen den vijand, Want hulp van mensen is ijdel;
12Maar met God zijn wij sterk, Hij zal onze verdrukkers vertrappen!
1Voor muziekbegeleiding. Een lied; een psalm.
9Hij is het, die ons in het leven hield, Onze voet niet liet wankelen.
19Maar nu heeft God naar mij geluisterd, En op mijn smeken gelet!
1Een psalm; een lied voor de Sabbat. Heerlijk is het, Jahweh te loven, Uw Naam te prijzen, Allerhoogste,
5Hoe groot zijn uw werken, o Jahweh, Hoe peilloos diep uw gedachten!
13Zij worden in Jahweh’s tempel geplant, En bloeien in de voorhoven van onzen God;
1Halleluja! Looft Jahweh, verkondigt zijn Naam, Maakt onder de volken zijn daden bekend;
9Het verbond, met Abraham gesloten, De belofte, aan Isaäk gezworen.
15"Raakt mijn gezalfden niet aan, En doet mijn profeten geen leed!"
3Heel uw gramschap laten varen, Geblust de gloed van uw toorn.
12Jahweh zelf schenkt zijn zegen, En ons Land geeft zijn oogst;
13Gerechtigheid gaat voor Hem uit, En geluk volgt zijn schreden!
6Uw gerechtigheid is als de bergen Gods, Als de onmetelijke oceaan uw gericht. Mensen en dieren helpt Gij, o Jahweh;
7Hoe heerlijk is uw genade, o God! Daarom zoeken de kinderen der mensen Hun toevlucht in de schaduw uwer vleugelen;
9Want bij U is de bron van het leven, In ùw licht aanschouwen wij licht.