32Denkt aan de vrouw van Lot.
33Wie zijn leven tracht te redden, zal het verliezen; en wie het verliest, zal het behouden.
36-
200 resultados encontrados
32Denkt aan de vrouw van Lot.
33Wie zijn leven tracht te redden, zal het verliezen; en wie het verliest, zal het behouden.
36-
6Ze antwoordden hun, zoals Jesus hun bevolen had; en men liet ze begaan
26-
12-
1-
5Op, huis van Jakob; Laat ons wandelen in Jahweh’s licht!
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
14-
15-
15Daar hij het rusten heerlijk vindt, En lieflijk het land: Kromt hij zijn rug om te dragen, En verricht hij slavendienst!
18-
4Wie zich dus vernederen zal als dit kind, zal de grootste zijn in het rijk der hemelen.
11-
27De heer had medelijden met dien knecht, liet hem gaan, en schold hem de schuld kwijt.
14de wouw en de verschillende soorten valken;
25-
45want Ik ben Jahweh, die u uit Egypte heb geleid, om uw God te zijn. Weest heilig, omdat Ik heilig ben.
1-
3Zolang er nog een zucht in mij is, En Gods adem in mijn neus
10Kan hij zich in den Almachtige verlustigen, Ten allen tijde roepen tot God?
20-
15Wil Hij me doden, ik wacht Hem af; Maar ik verdedig mijn wandel voor Hem!
25Wilt gij een weggewaaid blad nog verschrikken, Een verdorde halm nog vervolgen:
28-
49de zonen van Chanan; de zonen van Giddel; de zonen van Gáchar;
51de zonen van Gazzam; de zonen van Oezza; de zonen van Paséach;
68-
13-
14-
15Gij weet het Jahweh! Wees mijner indachtig, Kom mij te hulp, en wreek mij op die mij vervolgen; Stort door uw lankmoedigheid mij niet in ‘t verderf, Gedenk, dat ik gehoond word om U!
4Ik riep de Naam van Jahweh aan: "Ach, Jahweh, spaar toch mijn leven!"
8Hij heeft mij gered van de dood, Mijn ogen van tranen, mijn voeten van stoten;
18-
15-
30-
1Halleluja! Brengt Jahweh dank, want Hij is goed: Zijn genade duurt eeuwig!
16Jahweh’s rechter overwint!
20-
1Sta dan op, word verlicht, want uw licht is gekomen, De glorie van Jahweh gaat over u op!
12-
16De melk der volkeren zult ge drinken, En koninklijke borsten zuigen. Dan zult ge weten, dat Ik, Jahweh, het ben, die u redt, Jakobs Sterke, die u verlost!
6-
32-
2Kaïnan, Malaleël, Járed,
24Sem, Arpaksad, Sála,
26Seroeg, Nachor, Tara