1Halleluja! Brengt Jahweh dank, want Hij is goed: Zijn genade duurt eeuwig!
16Jahweh’s rechter overwint!
20-
178 resultados encontrados
1Halleluja! Brengt Jahweh dank, want Hij is goed: Zijn genade duurt eeuwig!
16Jahweh’s rechter overwint!
20-
15-
14-
15-
6-
32-
49de zonen van Chanan; de zonen van Giddel; de zonen van Gáchar;
55de zonen van Barkos; de zonen van Sisera; de zonen van Támach;
68-
4Ik riep de Naam van Jahweh aan: "Ach, Jahweh, spaar toch mijn leven!"
13De kelk der redding hef ik omhoog, En roep de Naam van Jahweh aan;
18-
15Daar hij het rusten heerlijk vindt, En lieflijk het land: Kromt hij zijn rug om te dragen, En verricht hij slavendienst!
16Dan richt zijn volk Als een van Israëls stammen.
18-
13-
14-
21Dan zal Ik u redden uit de hand van de bozen, U bevrijden uit de greep van uw beulen!
12-
32Denkt aan de vrouw van Lot.
33Wie zijn leven tracht te redden, zal het verliezen; en wie het verliest, zal het behouden.
36-
1-
5Op, huis van Jakob; Laat ons wandelen in Jahweh’s licht!
10Hij, die iedere levende ziel in zijn hand heeft, En de adem van alle menselijk vlees!
16Bij Hem is kracht en vernuft, Hem behoort de verleide met den verleider;
22-
30-
15Wil Hij me doden, ik wacht Hem af; Maar ik verdedig mijn wandel voor Hem!
25Wilt gij een weggewaaid blad nog verschrikken, Een verdorde halm nog vervolgen:
28-
14de wouw en de verschillende soorten valken;
15alle soorten raven,
25-
2Jesus riep een kind naar Zich toe, plaatste het in hun midden.
11-
27De heer had medelijden met dien knecht, liet hem gaan, en schold hem de schuld kwijt.
6Ze antwoordden hun, zoals Jesus hun bevolen had; en men liet ze begaan
22Jesus gaf hun ten antwoord: Hebt Godsgeloof!
26-
12-
18Van geweld wordt in uw land niet langer gehoord, Van verwoesting noch puinen binnen uw grenzen; Maar uw muren zult ge Redding noemen, En Glorie uw poorten.
19De zon zal des daags uw licht niet meer zijn, De glans der maan u ‘s nachts niet beschijnen; Maar Jahweh zal een eeuwig Licht voor u zijn, En uw God wordt uw Luister!
20-
20Hij beveiligde mij, En bracht mij redding, omdat Hij mij liefhad.
33God! Hij omgordt mij met kracht, En baant mij een veilige weg;
49Mij van mijn grimmigen vijand verlost, Zege over mijn bestrijders verleend, mij van geweldenaars bevrijd.