3verliet Hij Judea, en vertrok Hij weer naar Galilea.
37Want hier wordt het spreekwoord bewaarheid: de een zaait, de ander maait.
54Ook dit tweede teken deed Jesus na zijn komst uit Judea in Galilea.
184 resultados encontrados
3verliet Hij Judea, en vertrok Hij weer naar Galilea.
37Want hier wordt het spreekwoord bewaarheid: de een zaait, de ander maait.
54Ook dit tweede teken deed Jesus na zijn komst uit Judea in Galilea.
1-
9Zal God zijn schreien horen, Wanneer de rampspoed hem treft;
10Kan hij zich in den Almachtige verlustigen, Ten allen tijde roepen tot God?
17Gij zult niet doden.
18Gij zult geen overspel doen.
19Gij zult niet stelen.
2ook dat we verlost mogen worden van onbetamelijke en slechte mensen; want niet allen bezitten het geloof.
3De Heer is getrouw; Hij zal u sterken, en u voor het kwade bewaren.
18De genade van onzen Heer Jesus Christus zij met u allen.
5die in Gods kracht door het geloof wordt behouden, om tot een zaligheid te geraken, welke gereed ligt voor haar openbaring op het einde der tijden.
9omdat gij het doel van uw geloof bereikt, de zaligheid uwer zielen.
19maar door het kostbaar Bloed van Christus, als van een Lam zonder vlek of gebrek.
13Weest waakzaam, staat vast in het geloof; blijft mannen, weest kloek.
22Zo iemand den Heer niet liefheeft, hij zij vervloekt. "Marán-Atá".
23De genade van onzen Heer Jesus zij met u!
3En naar uw grote barmhartigheid mij bevrijd Uit de strikken van hen, die loerden op buit, Uit de hand van hen, die mijn leven belaagden. Gij hebt mij verlost uit grote benauwing,
8Toen dacht ik aan Jahweh’s barmhartigheid terug, En aan zijn goedheid van weleer: Hoe Hij redt, die op Hem vertrouwen, En hen van alle kwaad verlost!
12Daarom zal ik loven en prijzen En blijven zegenen de Naam van Jahweh!
3Mijn ziel is hevig ontsteld. Jahweh, hoe lang nog;
4Jahweh, houd op! Spaar mijn leven, En kom mij te hulp om uw goedheid.
8Booswichten, weg van mij, allen! Want Jahweh heeft mijn schreien gehoord,
7Maar de Makkabeër, die met het volste vertrouwen op de hulp des Heren bleef hopen,
16Ontvang dit heilige zwaard als een geschenk van God. Hiermee zult ge uw vijand verslaan!
23Heer des Hemels, zend ook thans ons een goeden engel vooruit, om angst en schrik te verspreiden.
17Wanneer iemand een mens, wien ook, doodt, moet hij worden gedood;
18leven voor leven.
21Wie een dier doodt, moet het vergoeden; wie een mens doodt, moet worden gedood.
12Groet elkander met een heilige kus.
13U groeten al de heiligen.
14De genade van den Heer Jesus Christus, de liefde van God, en de gemeenschap van den heiligen Geest zij met u allen.
5Laat alle mensen uw minzaamheid zien. De Heer is nabij;
20Aan onzen God en Vader zij de glorie in de eeuwen der eeuwen. Amen.
23De genade van den Heer Jesus Christus zij met uw geest.
15Ik bid U, Heer, mij uit de boeien dezer schande te bevrijden, of anders mij weg te nemen van de aarde.
16Gij weet, Heer, dat ik nooit een man heb begeerd, en mijn ziel rein heb bewaard van iedere lust.
23God van Israël, uw Naam zij gezegend voor eeuwig!
2Ze schenken u lengte van dagen, jaren van leven, En overvloedige welvaart!
17Haar wegen zijn liefelijke wegen, Al haar paden leiden tot vrede;
18Zij is een boom des levens voor wie haar vatten, En wie haar vasthoudt, is zalig te prijzen!
2Barmhartigheid, vrede en liefde zij in volle mate uw deel!
22Hebt medelijden met hen die twijfelen; redt ze en rukt ze uit het vuur.
25—aan den enigen God, onzen Redder door Jesus Christus onzen Heer, aan Hem zij de glorie en grootheid, de kracht en de macht vóór alle eeuwigheid, en nu en in alle eeuwigheid. Amen!
10De God van alle genade, die u in Christus riep tot zijn eeuwige glorie, Hij zal u na kortstondig lijden oprichten en sterken, stevigen en bevestigen.
11Hem is de kracht in de eeuwen der eeuwen. Amen!
14Vrede zij u allen, die in Christus zijt!
15Alleen bij u is een God, die beschermt, De God van Israël is een Verlosser!
17Israël, gij wordt door Jahweh verlost Met een redding voor eeuwig; Gij zult niet worden beschaamd en te schande gemaakt, In alle eeuwigheid niet!
22Wendt u tot Mij, dan wordt gij gered, alle grenzen der aarde; Want Ik ben God, er is geen ander!
4Abisjóea, Naäman en Achóach.
22Jisjpan, Éber, Eliël,
23Abdon, Zikri, Chanan,
3Genade en vrede zij u van God onzen Vader, en van den Heer Jesus Christus,
4die Zich voor onze zonden, —om ons te ontrukken aan deze boze wereld, —heeft overgeleverd volgens de wil van onzen God en Vader;
5aan wien de glorie in de eeuwen der eeuwen. Amen!
1Paulus, apostel van Christus Jesus, door de wil van God en ter wille der belofte van het leven, dat in Christus Jesus is:
9die ons gered heeft en tot een heilige roeping heeft uitverkoren, niet op grond van onze werken, maar door zijn eigen voorbeschikking en genade. Deze toch is ons van alle eeuwigheid in Christus Jesus verleend,
10maar thans geopenbaard door de verschijning van onzen Zaligmaker Christus Jesus. Hij heeft de dood ten onder gebracht, doch leven en onsterfelijkheid aan het licht gebracht, door het Evangelie,