Pular para o conteúdo
Publicidade

Resultados da busca por "fé"

167 resultados encontrados

  1. Eclesiastes 3

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 3
    Mostrando versículos 4–13 de 22

    4Een tijd van schreien, en een tijd van lachen; Een tijd van rouwen, en een tijd van dansen.

    10Ik begreep, hoe God aan de mensen hun taak heeft gegeven, Om er zich mee af te tobben.

    13Want als iemand kan eten en drinken En van al zijn zwoegen genieten, Dan is dat een gave van God!

  2. Gênesis 46

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 46
    Mostrando versículos 11–33 de 34

    11De zonen van Levi: Gersjon, Kehat en Merari.

    20In Egypte werden Manasse en Efraïm aan Josef geboren uit Asenat, de dochter van Poti-ra, den priester van On.

    33Wanneer Farao u dus ontbiedt en u vraagt, wat uw beroep is,

  3. 2 Coríntios 10

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 10
    Mostrando versículos 3–11 de 18

    3Want wel wandelen we in het vlees, maar we kampen niet naar het vlees.

    7Geeft acht op wat voor de hand ligt. Is iemand overtuigd, dat hij Christus toebehoort, dan mag hij toch wel bij zichzelf eens bedenken, dat ook wij Christus toebehoren, evengoed als hij.

    11Laat hij, die zó spreekt, er wel aan denken, dat we van dichtbij zó zullen zijn met de daad, als we het uit de verte in onze brieven zijn met het woord.

  4. João 3

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 3
    Mostrando versículos 6–18 de 36

    6Wat uit het vlees is geboren, is vlees; en wat uit den Geest is geboren, is geest. —

    15opdat ieder die in Hem gelooft, het eeuwige leven zou hebben.

    18Wie in Hem gelooft, wordt niet geoordeeld; maar wie niet gelooft, is reeds geoordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van Gods eengeboren Zoon. —

  5. 2 Reis 5

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 5
    Mostrando versículos 7–27 de 27

    7Zodra de koning van Israël de brief had gelezen, scheurde hij zijn klederen en sprak: Ben ik dan een God, die kan doden en levend maken, dat hij een man naar mij toe stuurt, om hem van zijn melaatsheid te genezen? Ziet ge nu wel, dat hij een voorwendsel tegen me zoekt?

    13Maar zijn dienaren trachtten hem te overreden, en zeiden: Vader, wanneer de profeet u iets moeilijks had voorgeschreven, dan hadt ge het zeker gedaan. Waarom dan niet, nu hij zegt: "Was u en ge wordt rein."

    27maar de melaatsheid van Naäman zal u en uw nageslacht voor altijd bijblijven. En hij ging van hem weg, sneeuwwit van melaatsheid.

  6. Efésios 1

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 1
    Mostrando versículos 1–19 de 23

    1Paulus, door de wil van God apostel van Christus Jesus: aan de heiligen te Éfese en de gelovigen in Christus Jesus:

    2Genade en vrede zij u van God onzen Vader, en van den Heer Jesus Christus.

    19en welke de overweldigende grootte der kracht is, die Hij ons gelovigen ten dienste stelt. Dezelfde krachtige werking zijner Macht

  7. Josué 13

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 13
    Mostrando versículos 7–20 de 33

    7en verdeel het tot erfelijk bezit onder de negen stammen en de halve stam van Manasse.

    18Jáhas, Kedemot en Mefáat,

    20Bet-Peor met de hellingen van de Pisga en Bet-Hajjesjimot;

  8. Daniel Grego 7

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 7
    Mostrando versículos 16–18 de 28

    16Ik trad op een van de aanwezigen toe, en vroeg hem, wat dit alles beduidde. Hij sprak mij toe, en gaf mij deze uitleg:

    17Deze vier geweldige beesten zijn vier koningen, die zullen opstaan uit de aarde.

    18Maar dàn zullen de heiligen van den Allerhoogste het koningschap ontvangen, en dit koningschap voor eeuwig behouden, voor altijd en immer!

  9. 1 Timóteo 5

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 5
    Mostrando versículos 5–23 de 25

    5Wie werkelijk weduwe is en helemaal alleen staat, moet haar hoop op God gevestigd houden, en volharden in bidden en smeken, nacht en dag;

    21Ik bezweer u bij God en Christus Jesus en bij de uitverkoren Engelen, dat ge dergelijke zaken zonder vooroordeel behandelt, en niets uit partijdigheid doet.

    23Bewaar uw reinheid; drink niet langer water alleen, maar gebruik wat wijn voor uw maag en uw voortdurende ongesteldheid.

  10. Tobias 8

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 8
    Mostrando versículos 8–19 de 24

    8Gij hebt Adam geschapen uit het stof van de aarde, en hem Eva toegewezen als een hulp.

    9Welnu dan Heer; Gij weet, dat ik niet uit wellust mijn zuster tot vrouw heb genomen, maar alleen uit verlangen naar kroost, opdat zij uw Naam mogen zegenen in de eeuwen der eeuwen.

    19Gij hebt medelijden gehad met deze twee, die beiden enig kind zijn. Geef dan, Heer, dat zij U nog meer mogen loven, en dankoffers brengen voor hun geluk, opdat heel de heidenwereld moge weten, dat Gij alleen God zijt over heel de aarde!

  11. 1 Samuel 25

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 25
    Mostrando versículos 6–28 de 44

    6De vrede aan u, vrede aan uw gezin, vrede aan allen, die u toebehoren!

    17Welnu, denk eens na, of gij er iets aan kunt doen; want de wraak op onzen heer en heel zijn huis kan niet uitblijven. Hij is nu eenmaal een Belialskind; er valt met hèm niet te praten.

    28Wil zo de onachtzaamheid van uw dienstmaagd vergeven. Waarachtig, Jahweh zal het huis van mijn heer bestendigen; want mijn heer voert Jahweh’s krijg, en heel uw leven is er geen kwaad in u gevonden!

  12. 2 Crônicas 33

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 33
    Mostrando versículos 10–17 de 25

    10Wel sprak Jahweh tot Manasses en zijn volk, maar zij luisterden niet.

    12Toen smeekte hij in zijn benauwdheid tot Jahweh, zijn God, vernederde zich diep voor den God zijner vaderen,

    17Wel bleef het volk nog gewoon op de hoogten offeren, maar ze deden het tenminste voor Jahweh, hun God.

  13. Neemias 8

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 8
    Mostrando versículos 10–17 de 18

    10En hij ging voort: Gaat lekkere spijzen eten en zoete dranken drinken, en stuurt geschenken rond aan hen, die niets hebben. Want deze dag is heilig voor onzen Heer. Weest dus niet treurig; want de vreugde in Jahweh is uw kracht!

    12Toen ging heel de menigte heen, om te eten en te drinken, om geschenken te zenden en uitbundige vreugde te tonen. Want ze hadden begrepen, wat men hun te verstaan had gegeven.

    17Heel de gemeente, die uit de ballingschap was teruggekeerd, maakte zich hutten en woonde daar in. Neen, sinds de dagen van Josuë, den zoon van Noen, tot op deze dag hadden de kinderen Israëls het nog nooit zo gedaan, en had er zo’n uitbundige vreugde geheerst.

  14. Colossenses 2

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 2
    Mostrando versículos 6–9 de 23

    6Zoals gij dus Christus Jesus den Heer hebt aanvaard, moet gij ook in Hem blijven.

    7Blijft op Hem gegrond en opgebouwd; houdt vast aan het geloof, zoals gij het hebt geleerd; weest zeer dankbaar daarvoor

    9Immers in Hem woont in werkelijkheid de ganse volheid der Godheid;

  15. Oséias 9

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 9
    Mostrando versículos 5–11 de 17

    5Wat zult ge dan op een hoogtij beginnen, Op een feestdag van Jahweh?

    8Efraïm loert aan de tent van den profeet, Spant een net op al zijn wegen, Vervolgt hem nog in het huis van zijn God.

    11De glorie van Efraïm Vliegt weg als een vogel: Geen geboorte, geen schoot, Geen zwangerschap meer!

  16. Sofonias 3

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 3
    Mostrando versículos 10–20 de 20

    10Dan komen van over de stromen van Koesj mijn aanbidders, Met mijn verstrooide Dochter Mij spijsoffers brengen!

    12Ik behoud een ootmoedig en nederig volk in uw midden, Dat zijn toevlucht zoekt bij Jahweh’s Naam.

    20In die tijd leid Ik u terug, In die tijd verzamel Ik u! Waarachtig, dan schenk Ik u glorie en eer Onder alle volken der aarde, Als Ik uw lot voor uw ogen Ten beste heb gekeerd, spreekt Jahweh!

  17. Mateus 13

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 13
    Mostrando versículos 9–51 de 58

    9Wie oren heeft om te horen, hij hore.

    43Dan zullen de rechtvaardigen blinken als de zon in het rijk van hun Vader. Wie oren heeft om te horen, hij hore.

    51Hebt gij dit alles begrepen? Ze zeiden Hem: Ja. En Hij zei hun:

  18. Lamentações 2

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 2
    Mostrando versículos 1–22 de 22

    1Wee, hoe heeft de Heer in zijn toorn. Donkere wolken over de dochter van Sion samengepakt; Hoe heeft Hij uit de hemel ter aarde geworpen Israëls glorie; Zijn voetbank niet langer bedacht. Op de dag van zijn gramschap?

    14Uw profeten schouwden voor u Enkel leugen en waan; Ze hebben u uw schuld niet getoond, Om u te bekeren; Neen, ze hebben voor u visioenen geschouwd Vol bedrog en misleiding.

    22Als voor een feestdag riept Gij van alle kant Mijn landgenoten bijeen; En op de dag van Jahweh’s toorn Was er niet één, die ontkwam en ontsnapte: Die ik had verzorgd en groot gebracht Heeft mijn vijand verdelgd!

  19. Apocalipse 9

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 9
    Mostrando versículos 8–14 de 21

    8hun haren gelijk aan vrouwenharen; hun tanden gelijk aan leeuwentanden.

    12Het eerste "Wee!" is voorbij: zie nog twee "Weeën" komen hierna.

    14Ze riep tot den zesden engel met de bazuin: Laat los de vier engelen, die bij de grote rivier de Eufraat zijn gebonden!

  20. 1 Reis 3

    De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
    Capítulo 3
    Mostrando versículos 10–21 de 28

    10Dit verzoek van Salomon behaagde den Heer.

    17De ene vrouw zei: Met uw verlof, mijn heer! Ik en deze vrouw wonen in één huis. Nu kreeg ik bij haar in huis een kind,

    21Toen ik nu ‘s morgens opstond, om mijn zoon te voeden, vond ik hem dood; maar toen ik hem bij het licht goed bekeek, zag ik, dat het mijn zoon niet was, dien ik ter wereld had gebracht.

Léxico (correspondência exata) Semântico (correspondência relacionada) Versículos omitidos Contexto do capítulo