1Ik beveel u onze zuster Febe aan, diakones van de kerk te Kénchreën,
24De genade van onzen Heer Jesus Christus zij met u allen. Amen!
27aan Hem, den enig wijzen God, zij door Jesus Christus de glorie in de eeuwen der eeuwen. Amen!
167 resultados encontrados
1Ik beveel u onze zuster Febe aan, diakones van de kerk te Kénchreën,
24De genade van onzen Heer Jesus Christus zij met u allen. Amen!
27aan Hem, den enig wijzen God, zij door Jesus Christus de glorie in de eeuwen der eeuwen. Amen!
3Laat het huis van Aäron herhalen: Zijn genade duurt eeuwig!
20-
23Jahweh heeft het gedaan: Een wonder was het in onze ogen!
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
14-
15-
12Van wijn worden zijn ogen dan donker, Van de melk zijn tanden wit!
18-
20Aser: heerlijk is zijn brood, Hij biedt koninklijke lekkernijen.
15Welnu, hiermee stemmen de woorden der pro feten overeen, zoals er geschreven staat
26mensen, die hun leven veil hebben voor de naam van onzen Heer Jesus Christus.
29dat gij u onthoudt van offervlees, van bloed en verstikt vlees, en van ontucht. Zo gij u daarvoor in acht neemt, handelt gij goed. Vaarwel.
36De ómer is het tiende van een efa.
5En de apostelen zeiden tot den Heer: Vermeerder ons geloof.
32Denkt aan de vrouw van Lot.
36-
5met een meeloffer van een efa bij den ram en een meeloffer naar eigen keuze bij de lammeren, en bij iedere efa een hin olie.
7Bij den stier en den ram moet hij een meeloffer van een efa brengen, bij de lammeren zoveel als hij zelf verkiest, en bij iedere efa een hin olie.
11Op feesten en gedenkdagen zal het meeloffer een efa bedragen bij elken var en ram; bij de lammeren mag hij geven wat hij wil, maar bij iedere efa een hin olie.
2Jesus riep een kind naar Zich toe, plaatste het in hun midden.
11-
35Zo zal ook mijn hemelse Vader met u handelen, als gij niet allen uw broeder van harte vergeeft.
1Het geloof is een vaste grond voor wat men hoopt; een overtuiging over dingen, die men niet ziet.
2Om het geloof zijn de Ouden met ere vermeld;
17Door het geloof heeft Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaäk opgeofferd en zijn ééngeborene opgedragen,
12-
1-
5Op, huis van Jakob; Laat ons wandelen in Jahweh’s licht!
18Ook de goden zullen allen verdwijnen,
6Ze antwoordden hun, zoals Jesus hun bevolen had; en men liet ze begaan
22Jesus gaf hun ten antwoord: Hebt Godsgeloof!
26-
24Ge verontreinigt u aan de volgende dieren.
25-
45want Ik ben Jahweh, die u uit Egypte heb geleid, om uw God te zijn. Weest heilig, omdat Ik heilig ben.
15-
9ézer, de aanvoerder; Obadja, de tweede; Eliab, de derde;
12Jochanan, de achtste; Elzabad, de negende;
13Jirmejáhoe, de tiende; Makbannai de elfde.
11Ge zult niet stelen. Ge moogt niet liegen noch elkander bedriegen.
14Een dove zult ge niet verwensen, en den blinde geen struikelblok in de weg leggen. Gij zult uw God vrezen; Ik ben Jahweh!
36Een zuivere weegschaal, juiste gewichten, een juiste efa en hin moet ge hebben. Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte heb geleid!
7Moogt gij leugens spreken, om God te believen, Ter wille van Hem onwaarheid zeggen;
23Hoeveel fouten en zonden heb ik bedreven, Noem mij mijn misdaden en zonden op!
28-
6-
32-
13-
14-
15Gij weet het Jahweh! Wees mijner indachtig, Kom mij te hulp, en wreek mij op die mij vervolgen; Stort door uw lankmoedigheid mij niet in ‘t verderf, Gedenk, dat ik gehoond word om U!