1Halleluja! Brengt Jahweh dank, want Hij is goed: Zijn genade duurt eeuwig!
20-
23Jahweh heeft het gedaan: Een wonder was het in onze ogen!
130 resultados encontrados
1Halleluja! Brengt Jahweh dank, want Hij is goed: Zijn genade duurt eeuwig!
20-
23Jahweh heeft het gedaan: Een wonder was het in onze ogen!
15-
12de zonen van Elam, twaalfhonderd vier en vijftig;
51de zonen van Gazzam; de zonen van Oezza; de zonen van Paséach;
68-
13-
14-
15Gij weet het Jahweh! Wees mijner indachtig, Kom mij te hulp, en wreek mij op die mij vervolgen; Stort door uw lankmoedigheid mij niet in ‘t verderf, Gedenk, dat ik gehoond word om U!
3Neemt u in acht. Als uw broeder zondigt, berisp hem; en als hij tot inkeer komt, vergeef hem.
32Denkt aan de vrouw van Lot.
36-
18-
6-
32-
1Halleluja! Ik heb Jahweh lief, Want Hij hoort naar mijn smeken!
7Wees dan gelaten, mijn ziel; Want Jahweh blijft voor u zorgen:
18-
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
14-
15-
21Op zijn naam zullen de volkeren hopen!
34Adderenbroed, hoe zoudt gij iets goeds kunnen zeggen, terwijl gij slecht zijt? Want de mond spreekt waar het hart van overvloeit.
35De goede mens brengt goed voort uit de goede schat, de kwade mens kwaad uit de kwade schat.
10Wie een oogje toedoet, veroorzaakt droefheid; Wie vrijmoedig terechtwijst, sticht vrede.
27Het ontzag voor Jahweh verlengt het leven, Maar de jaren der bozen zijn kort.
28De hoop der rechtvaardigen eindigt in vreugde, De verwachting der bozen loopt uit op niets.
12-
30-
2De goede geniet van de vrucht der gerechtigheid Het verlangen der zondaars gaat uit naar geweld.
10Overmoed geeft enkel twist, Alleen bij ootmoedigen is wijsheid.
12Langdurig wachten sloopt het hart, Maar een vervulde wens is een boom des levens.
10Gezegend die komt in de naam des Heren; Gezegend het rijk van onzen vader David, dat komt; Hosanna in den hogen!
22Jesus gaf hun ten antwoord: Hebt Godsgeloof!
26-
1-
5Op, huis van Jakob; Laat ons wandelen in Jahweh’s licht!
18Want ik houd het er voor, dat het lijden dezer wereld niet opwegen kan tegen de heerlijkheid, die ons geopenbaard zal worden.
24Want we zijn verlost om te hopen. Maar zien wat we hopen, is geen hopen meer; hoopt men soms nog wat men ziet?
25Doch zo we hopen wat we niet zien, dan smachten we er naar met geduld.
18Ik zeide: Weg is mijn roemen, Mijn hopen op Jahweh!
21Dit blijf ik altijd bepeinzen, Hierop altijd vertrouwen!
29Zijn mond in het stof blijven drukken. Misschien is er hoop;
1-
8Wat hoopt de boze, als hij bidt, Als hij zijn ziel tot de Godheid verheft?
16Al hoopt hij zilver op als stof, En stapelt kleren op als slijk,
1Sta dan op, word verlicht, want uw licht is gekomen, De glorie van Jahweh gaat over u op!
12-
19De zon zal des daags uw licht niet meer zijn, De glans der maan u ‘s nachts niet beschijnen; Maar Jahweh zal een eeuwig Licht voor u zijn, En uw God wordt uw Luister!