1 Mine barn! dette skriver jeg til eder forat I ikke skal synde; og om nogen synder, da har vi en talsmann hos Faderen, Jesus Kristus, den rettferdige, 2 og han er en soning for våre synder, dog ikke bare for våre, men og for hele verdens.
3 Og derav vet vi at vi kjenner ham: om vi holder hans bud. 4 Den som sier: Jeg kjenner ham, og ikke holder hans bud, han er en løgner, og i ham er ikke sannheten; 5 men den som holder hans ord, i ham er sannelig kjærligheten til Gud blitt fullkommen. På dette kjenner vi at vi er i ham. 6 Den som sier at han blir i ham, han er og skyldig å vandre således som han vandret.
7 I elskede! det er ikke et nytt bud jeg skriver til eder, men et gammelt bud, som I hadde fra begynnelsen; det gamle bud er det ord som I har hørt.
8 Og dog er det et nytt bud jeg skriver til eder, og det er sant i ham og i eder; for mørket viker bort, og det sanne lys skinner allerede. 9 Den som sier at han er i lyset, og som hater sin bror, han er ennu i mørket. 10 Den som elsker sin bror, han blir i lyset, og det er ikke anstøt i ham. 11 Men den som hater sin bror, han er i mørket og vandrer i mørket, og han vet ikke hvor han går hen, fordi mørket har blindet hans øine.
12 Jeg skriver til eder, mine barn, fordi eders synder er eder forlatt for hans navns skyld; 13 jeg skriver til eder, I fedre, fordi I kjenner ham som er fra begynnelsen; jeg skriver til eder, I unge, fordi I har seiret over den onde. Jeg har skrevet til eder, mine barn, fordi I kjenner Faderen; 14 jeg har skrevet til eder, I fedre, fordi I kjenner ham som er fra begynnelsen; jeg har skrevet til eder, I unge, fordi I er sterke, og Guds ord blir i eder, og I har seiret over den onde. 15 Elsk ikke verden, heller ikke de ting som er i verden! Om nogen elsker verden, da er kjærligheten til Faderen ikke i ham; 16 for alt det som er i verden, kjødets lyst og øinenes lyst og storaktighet i levnet, er ikke av Faderen, men av verden. 17 Og verden forgår og dens lyst; men den som gjør Guds vilje, blir til evig tid.
18 Mine barn! det er den siste time; og som I har hørt at Antikristen kommer, så er det og nu kommet mange antikrister; derav skjønner vi at det er den siste time.
19 De er gått ut fra oss, men de var ikke av oss: for hadde de vært av oss, så var de blitt hos oss; men det skulde bli åpenbart at ikke alle er av oss.
20 Og I har salvelse av den Hellige og vet alt. 21 Jeg skriver ikke til eder fordi I ikke kjenner sannheten, men fordi I kjenner den og vet at ingen løgn er av sannheten. 22 Hvem er løgneren uten den som nekter at Jesus er Kristus? Dette er Antikristen, den som nekter Faderen og Sønnen. 23 Hver den som nekter Sønnen, har heller ikke Faderen; den som bekjenner Sønnen, har og Faderen. 24 La det bli i eder som I hørte fra begynnelsen! Dersom det I hørte fra begynnelsen, blir i eder, skal og I bli i Sønnen og i Faderen. 25 Og dette er det løfte han lovte oss: det evige liv. 26 Dette skriver jeg til eder om dem som forfører eder. 27 Og I(-)den salvelse som I fikk av ham, den blir i eder, og I trenger ikke til at nogen skal lære eder; men som hans salvelse lærer eder alt, så er det og sannhet og ikke løgn; og bli i ham, således som den lærte eder!
28 Og nu, mine barn, bli i ham, forat vi, når han åpenbares, kan ha frimodighet og ikke bli til skamme for ham ved hans komme! 29 Dersom I vet at han er rettferdig, så skjønner I at hver den som gjør rettferdighet, er født av ham.
1 Mijn lieve kinderen, ik schrijf jullie deze brief opdat jullie niet zondigen. Als iemand echter toch zondigt, dan hebben we Iemand die voorspraak voor ons doet bij de Vader: Jezus Christus, de Rechtvaardige. 2 Hij is bovendien het zoenoffer voor onze zonden, en niet enkel voor de onze maar ook voor die van de hele wereld.
3 Dat we Hem kennen blijkt uit het feit dat we ons aan zijn geboden houden. 4 Wie zegt dat hij Hem kent, maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar en de waarheid woont niet in hem. 5 Als iemand zich daarentegen houdt aan hetgeen God zegt, is hij werkelijk volgroeid in zijn liefde voor God. Daaruit blijkt dat we bij Hem horen. 6 Wie zegt dat hij met Christus verbonden is, behoort te leven zoals Christus heeft geleefd.
7 Beste vrienden, wat ik jullie schrijf is geen nieuw gebod, maar een oud gebod waarover jullie al vanaf het begin beschikken. Het oude gebod is de boodschap die jullie hebben gehoord. 8 Tegelijkertijd is hetgeen ik jullie schrijf een nieuw gebod, waarvan de realisatie zichtbaar is in Hem en in jullie, want de duisternis is aan het verdwijnen en het ware licht schijnt reeds.
9 Wie zegt dat hij zich in het licht bevindt maar zijn broeder of zuster hatelijk behandelt, bevindt zich nog altijd in de duisternis. 10 Als iemand liefdevol met zijn broeder of zuster omgaat, leeft hij in het licht en is er voor hem geen aanleiding om te struikelen. 11 Maar wie zijn broeder of zuster hatelijk behandelt, bevindt zich in de duisternis. Hij wandelt in de duisternis zonder te weten waar hij naartoe gaat, want door de duisternis kan hij niet zien.
12 Lieve kinderen, ik schrijf jullie dat jullie zonden zijn vergeven dankzij Jezus. 13 Ouderen, aan jullie schrijf ik dat jullie Hem kennen, die al vanaf het begin bestaat. Jongeren, aan jullie schrijf ik dat jullie de duivel hebben overwonnen. 14 Kinderen, aan jullie schrijf ik dat jullie de Vader kennen. Ouderen, aan jullie schrijf ik dat jullie Hem kennen, die al vanaf het begin bestaat. Jongeren, aan jullie schrijf ik dat jullie sterk zijn: de boodschap van God woont in jullie en jullie hebben de duivel overwonnen.
15 Heb de wereld en hetgeen zich in de wereld bevindt niet lief. Als iemand de wereld liefheeft, heeft hij de Vader niet lief. 16 Want alles wat zich in de wereld bevindt – de zaken waarnaar de zondige natuur verlangt, de dingen waarnaar ogen begeerlijk kijken en een arrogante levensstijl – komt niet van de Vader, maar van de wereld. 17 De wereld en alles wat zij bevat waarnaar mensen verlangen, zullen verdwijnen. Maar wie doet wat God wil, leeft voor eeuwig.
18 Kinderen, het laatste uur is aangebroken. Zoals jullie hebben gehoord, moet de antichrist komen. En nu zijn er al veel antichristen verschenen; daaruit blijkt dat het laatste uur is aangebroken. 19 Die mensen komen uit ons midden, maar ze horen niet bij ons. Als ze wel bij ons zouden horen, dan zouden ze bij ons gebleven zijn, maar hieruit blijkt dat ze geen van allen bij ons horen.
20 Jullie daarentegen zijn door de Heilige gezalfd en jullie kennen de waarheid. 21 Ik schrijf jullie dus niet omdat jullie de waarheid niet zouden kennen, want jullie kennen die wél, en uit de waarheid komt geen enkele leugen voort. 22 Wie is dus de leugenaar? Hij die ontkent dat Jezus de Messias is; dat is de antichrist, degene die zowel de Vader als de Zoon verloochent. 23 Niemand die de Zoon verloochent, hoort bij de Vader, maar wie de Zoon erkent, hoort bij de Vader.
24 Daarom moeten jullie je houden aan hetgeen jullie vanaf het begin hebben gehoord. En als jullie je houden aan hetgeen jullie vanaf het begin hebben gehoord, dan blijven jullie met de Zoon en de Vader verbonden. 25 En dit is wat Hij ons heeft beloofd: het eeuwig leven.
26 Ik schrijf jullie deze brief over de mensen die jullie proberen te misleiden. 27 Het is toch niet nodig dat iemand jullie onderwijst? Immers, de Heilige Geest is als een zalving die jullie van Christus hebben ontvangen; Hij rust op jullie en onderwijst jullie over alles. Wat Hij jullie leert is de waarheid en geen leugen. Blijf dus met Christus verbonden, in overeenstemming met dat onderwijs.
28 Kortom, lieve kinderen, blijf met Hem verbonden. Dan zullen wij vol vertrouwen zijn wanneer Hij verschijnt, en ons niet tegenover Hem schamen wanneer Hij komt. 29 Zoals jullie weten, is Hij rechtvaardig; erken dan ook dat ieder die rechtvaardig handelt, van God het nieuwe leven heeft gekregen.