1 I elskede! tro ikke enhver ånd, men prøv åndene om de er av Gud! for mange falske profeter er gått ut i verden. 2 På dette skal I kjenne Guds Ånd: Hver ånd som bekjenner at Jesus er Kristus, kommet i kjød, er av Gud; 3 og hver ånd som ikke bekjenner Jesus, er ikke av Gud; og dette er Antikristens ånd, som I har hørt kommer, og den er allerede nu i verden.
4 I er av Gud, mine barn, og har seiret over dem; for han som er i eder, er større enn han som er i verden. 5 De er av verden; derfor taler de av verden, og verden hører dem; 6 vi er av Gud; den som kjenner Gud, hører oss; den som ikke er av Gud, hører oss ikke. På dette kjenner vi sannhetens ånd og villfarelsens ånd.
7 I elskede! la oss elske hverandre! for kjærligheten er av Gud, og hver den som elsker, er født av Gud og kjenner Gud.
8 Den som ikke elsker, kjenner ikke Gud; for Gud er kjærlighet. 9 Ved dette er Guds kjærlighet åpenbaret iblandt oss at Gud har sendt sin Sønn, den enbårne, til verden, forat vi skal leve ved ham. 10 I dette er kjærligheten, ikke at vi har elsket Gud, men at han har elsket oss og sendt sin Sønn til soning for våre synder. 11 I elskede! har Gud elsket oss så, da er og vi skyldige å elske hverandre. 12 Ingen har nogensinne sett Gud; dersom vi elsker hverandre, blir Gud i oss, og kjærligheten til ham er blitt fullkommen i oss. 13 På dette kjenner vi at vi blir i ham og han i oss, at han har gitt oss av sin Ånd.
14 Og vi har sett og vidner at Faderen har sendt sin Sønn til frelse for verden. 15 Den som bekjenner at Jesus er Guds Sønn, i ham blir Gud, og han i Gud. 16 Og vi har kjent og trodd den kjærlighet som Gud har til oss. Gud er kjærlighet, og den som blir i kjærligheten, han blir i Gud, og Gud blir i ham.
17 I dette er kjærligheten blitt fullkommen hos oss at vi har frimodighet på dommens dag; for likesom han er, så er og vi i denne verden. 18 Frykt er ikke i kjærligheten, men den fullkomne kjærlighet driver frykten ut; for frykt har straffen i sig; men den som frykter, er ikke blitt fullkommen i kjærligheten. 19 Vi elsker fordi han elsket oss først. 20 Dersom nogen sier: Jeg elsker Gud, og han hater sin bror, da er han en løgner; for den som ikke elsker sin bror, som han har sett, hvorledes kan han elske Gud, som han ikke har sett? 21 Og dette bud har vi fra ham at den som elsker Gud, skal og elske sin bror.
1 Beste vrienden, geloof niet iedereen die geestelijk beweert te zijn, maar controleer of iemand zich door Gods Geest laat leiden. Er zijn namelijk veel valse profeten op uitgegaan, de wereld in. 2 Hieruit blijkt iemand zich door Gods Geest laat leiden: iedereen die erkent dat Jezus Christus als mens is gekomen, laat zich leiden door Gods Geest. 3 En iedereen die Jezus niet erkent, laat zich leiden door een geest die niet van God komt, maar van de antichrist. Jullie hadden al gehoord dat die zou komen en hij is nu reeds in de wereld actief. 4 Jullie horen bij God, lieve kinderen, en jullie hebben die valse profeten overwonnen, omdat Hij die in jullie woont machtiger is dan hij die in de wereld actief is. 5 Die valse profeten horen bij de wereld en zeggen wat de wereld zegt; daarom luistert de wereld naar hen. 6 Wij horen bij God en wie God kent luistert naar ons, maar wie niet bij God hoort luistert niet naar ons. Daaruit blijkt of iemand wordt geleid door de Geest van de waarheid of door een misleidende geest.
7 Beste vrienden, laten we liefdevol met elkaar omgaan, want de liefde komt uit God voort en iedereen die liefdevol met anderen omgaat, heeft van God het nieuwe leven gekregen en kent God. 8 Maar wie niet liefdevol met anderen omgaat, kent God niet, want God is liefde. 9 Gods liefde voor ons is zichtbaar geworden doordat God zijn enige Zoon naar de wereld heeft gezonden, opdat wij dankzij Hem zouden leven. 10 Dit is wat liefde is: niet dat wij God liefhadden, maar dat Hij ons liefhad en zijn Zoon heeft gezonden als zoenoffer voor onze zonden. 11 Beste vrienden, aangezien God ons zo liefhad, behoren wij ook liefdevol met elkaar om te gaan. 12 Niemand heeft ooit God gezien. Als wij liefdevol met elkaar omgaan, woont God in ons en is onze liefde voor God volgroeid.
13 Dat wij met Hem verbonden zijn en dat Hij in ons woont, blijkt uit het feit dat Hij ons zijn Geest heeft geschonken. 14 Wij hebben gezien – en we getuigen ervan – dat de Vader de Zoon heeft gezonden om de wereld te redden. 15 Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, is hij met God verbonden en woont God in hem. 16 Wij hebben de liefde leren kennen die God voor ons heeft, en we vertrouwen erop. God is liefde en wie liefdevol met anderen omgaat, is met God verbonden en God woont in hem. 17 Zo raakt onze onderlinge liefde volgroeid, zodat we de Oordeelsdag vol vertrouwen kunnen tegemoetzien omdat we, hoewel we nog in deze wereld zijn, zijn zoals Christus. 18 Angst maakt geen deel uit van de liefde. Integendeel, de volgroeide liefde verdrijft de angst, want angst veronderstelt straf en als iemand bang is, is zijn liefde nog niet volgroeid.
19 Wij hebben lief omdat Hij ons eerst liefhad. 20 Als iemand zegt dat hij God liefheeft terwijl hij zijn broeder of zuster hatelijk behandelt, is hij een leugenaar. Immers, als hij zijn broeder of zuster die hij kan zien, niet liefheeft, dan kan hij de God die hij niet heeft gezien, ook niet liefhebben. 21 En dit is dan ook het gebod dat Hij ons heeft gegeven: wie God liefheeft, moet ook zijn broeders en zusters liefdevol behandelen.