1 1 Ti 4:1.2 Pi 2:3. Jud v. 18.Sache que, dans les derniers jours, il y aura des temps difficiles. 2 Car les hommes seront égoïstes, amis de l’argent, fanfarons, hautains, blasphémateurs, rebelles à leurs parents, ingrats, irréligieux, 3 insensibles, déloyaux, calomniateurs, intempérants, cruels, ennemis des gens de bien, 4 traîtres, emportés, enflés d’orgueil, aimant le plaisir plus que Dieu, 5 ayant l’apparence de la piété, mais reniant ce qui en fait la force. Mt 18:17.Ro 16:17.2 Th 3:6.Tit 3:10. 2 Jn v. 10.Éloigne-toi de ces hommes-là. 6 Mt 23:14.Tit 1:11.Il en est parmi eux qui s’introduisent dans les maisons, et qui captivent des femmes d’un esprit faible et borné, chargées de péchés, agitées par des passions de toute espèce, 7 apprenant toujours et ne pouvant jamais arriver à la connaissance de la vérité. 8 Ex 7:11.De même que Jannès et Jambrès s’opposèrent à Moïse, de même ces hommes s’opposent à la vérité, étant corrompus d’entendement, réprouvés en ce qui concerne la foi. 9 Mais ils ne feront pas de plus grands progrès; car leur folie sera manifeste pour tous, comme le fut celle de ces deux hommes.
10 Pour toi, tu as suivi de près mon enseignement, ma conduite, mes résolutions, ma foi, ma douceur, ma charité, ma constance, 11 Ac 13:50.mes persécutions, mes souffrances. A quelles souffrances n’ai-je pas été exposé à Antioche, à Ac 14:2.Icone, à Ac 14:19.Lystre? Quelles persécutions n’ai-je pas supportées? Ps 34:20.2 Co 1:10.Et le Seigneur m’a délivré de toutes. 12 Mt 16:24.Lu 24:26.Jn 17:14.Ac 14:22.1 Th 3:3.Or, tous ceux qui veulent vivre pieusement en Jésus-Christ seront persécutés. 13 Mais les hommes méchants et imposteurs avanceront toujours plus dans le mal, égarant les autres et égarés eux-mêmes. 14 Toi, demeure dans les choses que tu as apprises, et reconnues certaines, sachant de qui tu les as apprises; 15 dès ton enfance, tu connais les saintes lettres, qui peuvent te rendre sage à salut par la foi en Jésus-Christ. 16 2 Pi 1:20.Toute Écriture est inspirée de Dieu, et utile pour enseigner, pour convaincre, pour corriger, pour instruire dans la justice, 17 afin que l’homme de Dieu soit accompli et propre à toute bonne œuvre.
1 Besef dat het leven moeilijk zal zijn tegen het einde van de tijd. 2 De mensen zullen egoïstisch zijn, verzot op geld, zelfingenomen, arrogant, lasterlijk, ongehoorzaam aan hun ouders, ondankbaar, goddeloos, 3 hardvochtig, onverzoenlijk, kwaadsprekend, onbeheerst, wreed, kwaadwillig, 4 verraderlijk, onbezonnen, verwaand, met meer liefde voor het genot dan voor God. 5 Ze zullen wel godsdienstig lijken, maar geen eerbied voor God hebben. Blijf uit hun buurt. 6 Sommigen onder hen dringen families binnen en weten zwakwillige vrouwen in te palmen – vrouwen die met zonden beladen zijn en zich door allerlei verlangens laten leiden, 7 die zich voortdurend laten onderrichten maar nooit de waarheid leren kennen. 8 Zoals Jannes en Jambres zich tegen Mozes verzetten, zo verzetten deze mensen zich tegen de waarheid met hun verziekte denken en ondeugdelijke geloof. 9 En net zoals zij zullen ze niet ver komen, want hun dwaasheid zal voor iedereen duidelijk zijn.
10 Jij daarentegen hebt mijn onderwijs, levenswijze, toewijding, geloof, geduld, liefde en volharding goed gevolgd. 11 Ook weet je van de vervolging en het lijden dat mij is overkomen in Antiochië, Ikonium en Lystra. Die vervolging heb ik doorstaan en de Heer heeft me uit dat alles gered. 12 Trouwens, iedereen die bij Christus Jezus wil horen en vol toewijding aan God wil leven, zal vervolgd worden. 13 Slechte mensen en oplichters daarentegen zullen almaar slechter worden; ze misleiden anderen en worden zelf misleid. 14 Maar jij, blijf bij hetgeen je geleerd hebt en waarvan je overtuigd bent. Je weet van wie je het hebt geleerd. 15 Bovendien ken je vanaf je kindertijd de Heilige Schriften; die kunnen je de wijsheid geven, die nodig is om te worden gered door in Christus Jezus te geloven. 16 Alles wat in de Schriften staat is door God ingegeven en nuttig voor het onderwijzen, weerleggen, corrigeren en opvoeden tot een oprecht leven, 17 opdat wie voor God leeft, volledig toegerust zal zijn om goed te doen.