La destruction de Jérusalem et l’avènement du Fils de l’homme
1 Lorsque Jésus Mt 24:1.Lu 21:5.sortit du temple, un de ses disciples lui dit: Maître, regarde quelles pierres, et quelles constructions! 2 Jésus lui répondit: Vois-tu ces grandes constructions?1 R 9:7,8.Mi 3:12.Lu 19:44.Il ne restera pas pierre sur pierre qui ne soit renversée.3 Mt 24:3.Lu 21:7.Il s’assit sur la montagne des oliviers, en face du temple. Et Pierre, Jacques, Jean et André lui firent en particulier cette question: 4 Ac 1:6.Dis-nous, quand cela arrivera-t-il, et à quel signe connaîtra-t-on que toutes ces choses vont s’accomplir? 5 Jésus se mit alors à leur dire: Jé 29:8.Ép 5:6.2 Th 2:2,3.1 Jn 4:1.Prenez garde que personne ne vous séduise.
6 Car plusieurs viendrontJé 14:14;23:21.sous mon nom, disant; C’est moi. Et ils séduiront beaucoup de gens.7 Quand vous entendrez parler de guerres et de bruits de guerres, ne soyez pas troublés, car il faut que ces choses arrivent. Mais ce ne sera pas encore la fin.8 És 19:2.Une nation s’élèvera contre une nation, et un royaume contre un royaume; il y aura des tremblements de terre en divers lieux, il y aura des famines. Ce ne sera que le commencement des douleurs.9 Mt 10:17;24:9.Lu 21:12.Jn 15:19;16:2.Ap 2:10.Prenez garde à vous-mêmes. On vous livrera aux tribunaux, et vous serez battus de verges dans les synagogues; vous comparaîtrez devant des gouverneurs et devant des rois, à cause de moi, pour leur servir de témoignage.10 Il faut premièrement que la bonne nouvelle soit prêchée à toutes les nations.11 Mt 10:19.Lu 12:11;21:14.Quand on vous emmènera pour vous livrer, ne vous inquiétez pas d’avance de ce que vous aurez à dire, mais dites ce qui vous sera donné à l’heure même; car ce n’est pas vous qui parlerez, mais l’Esprit-Saint.12 Éz 38:21.Mi 7:6.Le frère livrera son frère à la mort, et le père son enfant; les enfants se soulèveront contre leurs parents, et les feront mourir.13 Vous serez haïs de tous, à cause de mon nom,Mt 10:22;24:13.Lu 21:19.Ap 2:7,10.mais celui qui persévérera jusqu’à la fin sera sauvé.
Exhortation à la vigilance
14 Mt 24:15.Lu 21:10.Lorsque vous verrez l’abomination de la désolation établie là où elle ne doit pas être, que celui qui lit fasse attention,Lu 21:21.alors, que ceux qui seront en Judée fuient dans les montagnes;15 que celui qui sera sur le toit ne descende pas et n’entre pas pour prendre quelque chose dans sa maison;16 et que celui qui sera dans les champs ne retourne pas en arrière pour prendre son manteau.17 Malheur aux femmes qui seront enceintes et à celles qui allaiteront en ces jours-là!18 Priez pour que ces choses n’arrivent pas en hiver.19 Car la détresse, en ces jours, sera telle qu’il n’y en a point eu de semblable depuis le commencement du monde que Dieu a créé jusqu’à présent, et qu’il n’y en aura jamais.20 Et, si le Seigneur n’avait abrégé ces jours, personne ne serait sauvé; mais il les a abrégés, à cause des élus qu’il a choisis.21 Mt 24:23.Lu 21:8.Si quelqu’un vous dit alors: Le Christ est ici, ou: Il est là, ne le croyez pas.22 De 13:1.2 Th 2:11.Car il s’élèvera de faux Christs et de faux prophètes; ils feront des prodiges et des miracles pour séduire les élus, s’il était possible.23 Soyez sur vos gardes: je vous ai tout annoncé d’avance.24 És 13:10.Éz 32:7.Joë 2:31;3:15.Mt 24:29.Lu 21:25.Ap 6:12.Mais dans ces jours, après cette détresse, le soleil s’obscurcira, la lune ne donnera plus sa lumière,25 les étoiles tomberont du ciel, et les puissances qui sont dans les cieux seront ébranlées.26 Da 7:10.Mt 16:27;24:30.Mc 14:62.Lu 21:27.Ac 1:11.1 Th 4:15.2 Th 1:10.Ap 1:7.Alors on verra le Fils de l’homme venant sur les nuées avec une grande puissance et avec gloire.27 Alors il enverra les anges, et il rassemblera les élus des quatre vents, de l’extrémité de la terre jusqu’à l’extrémité du ciel.28 Mt 24:32.Lu 21:29.Instruisez-vous par une comparaison tirée du figuier. Dès que ses branches deviennent tendres, et que les feuilles poussent, vous connaissez que l’été est proche.29 De même, quand vous verrez ces choses arriver, sachez que le Fils de l’homme est proche, à la porte.30 Je vous le dis en vérité, cette génération ne passera point, que tout cela n’arrive.31 Ps 102:27.És 40:8;51:6.Hé 1:11.Le ciel et la terre passeront, mais mes paroles ne passeront point.32 Mt 24:36.Ac 1:7.Pour ce qui est du jour ou de l’heure, personne ne le sait, ni les anges dans le ciel, ni le Fils, mais le Père seul.33 Mt 24:42;25:13.Lu 12:40;21:36.1 Th 5:6.Prenez garde, veillez et priez; car vous ne savez quand ce temps viendra.34 Il en sera comme d’un homme qui, partant pour un voyage, laisse sa maison, remet l’autorité à ses serviteurs, indique à chacun sa tâche, et ordonne au portier de veiller.35 Veillez donc, car vous ne savez quand viendra le maître de la maison, ou le soir, ou au milieu de la nuit, ou au chant du coq, ou le matin;36 craignez qu’il ne vous trouve endormis, à son arrivée soudaine.37 Ce que je vous dis, je le dis à tous: Veillez.
1 Bij het verlaten van het tempelterrein zei een van Jezus' leerlingen tegen Hem: "Kijk, Leraar, wat een prachtige stenen en enorme gebouwen!" 2 Jezus antwoordde: "Zie je al die grote gebouwen? Niet één steen hier zal op de andere worden gelaten; het zal allemaal worden verwoest." 3 Later, toen Jezus tegenover het tempelterrein op de Olijfberg zat en alleen was met Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas, vroegen zij Hem: 4 "Kunt U ons vertellen wanneer dat zal zijn en wat het teken zal zijn dat het allemaal op het punt staat te gebeuren?" 5 Jezus begon hen toe te spreken: "Pas op dat niemand jullie misleidt. 6 Er zullen veel mensen komen die zich mijn naam toe-eigenen en zich voor Mij uitgeven; zij zullen veel mensen misleiden. 7 En wanneer jullie horen van oorlogen en oorlogsdreiging, maak je dan niet ongerust. Die dingen moeten gebeuren, maar het einde is dan nog niet aangebroken. 8 Want volken en koninkrijken zullen tegen elkaar oorlogvoeren, op allerlei plaatsen zullen er aardbevingen plaatsvinden, en er komen hongersnoden. Dat is het begin van de weeën. 9 Wees dus op je hoede. Jullie zullen aan stadsraden worden uitgeleverd en in synagogen worden gegeseld. Omwille van Mij zullen jullie voor heersers en koningen terechtstaan om tegenover hen te getuigen van Mij. 10 En eerst moet aan alle volken het evangelie worden verkondigd. 11 Wanneer jullie worden gearresteerd en overgeleverd, wees dan niet ongerust over wat je zal zeggen. Zeg gewoon wat je op dat moment wordt ingegeven; dan ben je het namelijk niet zelf die spreekt, maar de Heilige Geest. 12 De ene broer zal de andere uitleveren om te worden omgebracht, en een vader zijn kind; kinderen zullen tegen hun ouders in opstand komen en hen laten ombrengen. 13 Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam, maar wie standhoudt tot het einde, zal worden gered. 14 Wanneer jullie dan de ‘verwoestende gruwel’ zien staan waar hij niet hoort – lezer, begrijp wat dit betekent – moeten de mensen in Judea de bergen invluchten. 15 Wie zich op het dakterras bevindt, moet niet naar beneden of naar binnen gaan om iets uit huis mee te nemen. 16 Wie zich op het land bevindt, moet niet terugkeren om zijn mantel op te halen. 17 Het zal verschrikkelijk zijn voor vrouwen die in die periode zwanger zijn of borstvoeding geven. 18 Bid dat het niet in de winter plaatsvindt, 19 want tijdens die periode zal er leed zijn zoals er nog nooit is geweest van het begin van Gods schepping tot nu, en zoals er daarna nooit meer zal zijn. 20 En als de Heer die periode niet zou hebben ingekort, zou geen mens het overleven. Maar Hij heeft die periode ingekort in het belang van de uitverkorenen, de mensen die Hij heeft uitgekozen. 21 Als iemand dan tegen jullie zegt: ‘Kijk, hier is de Messias!’, of: ‘Kijk, daar is Hij!’, geloof het dan niet. 22 Want er zullen valse messiassen en valse profeten opstaan, die tekenen en wonderen doen om zo mogelijk de uitverkorenen te misleiden. 23 Wees dus op je hoede. Ik heb jullie gewaarschuwd. 24 Maar dan, na dat leed, zal de zon verduisteren en de maan geen licht geven, 25 zullen de sterren uit de lucht vallen en de hemellichamen uit koers raken. 26 En dan zal men de Mensenzoon in de wolken zien komen, met veel macht en hemelse pracht. 27 Dan zal Hij de engelen eropuit sturen om zijn uitverkorenen vanuit de vier windstreken, uit alle uithoeken van de wereld, samen te brengen. 28 Leer daarom van de volgende vergelijking met de vijgenboom: zodra zijn takken uitlopen en de bladeren verschijnen, weet je dat het bijna zomer is. 29 Op dezelfde manier kunnen jullie, wanneer je deze dingen ziet gebeuren, weten dat het voor de deur staat. 30 Ik verzeker jullie, dit volk zal niet vergaan voordat dit alles gebeurt. 31 De hemel en de aarde zullen vergaan, maar mijn woorden zullen nooit vergaan.
32 Maar op welke dag en welk tijdstip dat zal gebeuren weet niemand; zelfs de engelen in de hemel niet, ook de Zoon niet, enkel de Vader. 33 Pas op, wees waakzaam, want jullie weten niet wanneer het zover is. 34 Het is als bij iemand die op reis gaat: hij draagt het beheer van zijn huis aan zijn dienaren over door aan elk van hen een taak te geven, en hij geeft de portier opdracht om op de uitkijk te staan. 35 Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welk tijdstip de eigenaar van het huis terugkomt: 's avonds, tegen middernacht, in de kleine uurtjes of vlak voor de ochtend aanbreekt. 36 Zorg dat hij je niet slapend aantreft wanneer hij plots komt. 37 Wat Ik jullie zeg, zeg Ik aan iedereen: wees waakzaam."