Corpo de Cristo
A Igreja é o Corpo de Cristo — organismo vivo onde cada membro tem função única e indispensável. Cristo é a cabeça; nós somos seus membros.
Um corpo, muitos membros
Assim como o corpo é um e tem muitos membros, assim é Cristo. Nós somos o corpo de Cristo e individualmente seus membros.
12 Want gelijk het lichaam een is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar een lichaam zijn, alzo ook Christus.
27 En gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder.
15 Weet gij niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan de leden van Christus nemen, en maken ze leden ener hoer? Dat zij verre.
4 Want gelijk wij in een lichaam vele leden hebben, en de leden alle niet dezelfde werking hebben;5 Alzo zijn wij velen een lichaam in Christus, maar elkeen zijn wij elkanders leden.
4 Een lichaam is het, en een Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot een hoop uwer roeping;
16 Uit Welken het gehele lichaam bekwamelijk samengevoegd en samen vastgemaakt zijnde, door alle voegselen der toebrenging, naar de werking van een iegelijk deel in zijn maat, den wasdom des lichaams bekomt, tot zijns zelfs opbouwing in de liefde.
Cristo, a cabeça
Ele é a cabeça do corpo, que é a igreja. O corpo cresce e se edifica em amor quando cada parte faz o seu trabalho.
18 En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.
24 Die mij nu verblijd in mijn lijden voor u, en vervulle in mijn vlees de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus, voor Zijn lichaam, hetwelk is de Gemeente;
15 En de vrede Gods heerse in uw harten, tot welken gij ook geroepen zijt in een lichaam; en weest dankbaar.
29 Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt het, en onderhoudt het, gelijkerwijs ook de Heere de Gemeente.30 Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.