1 Why boastest thou thyself in mischief, O mighty man?
The lovingkindness of God endureth continually.
2 Thy tongue deviseth very wickedness,
Like a sharp razor, working deceitfully.
3 Thou lovest evil more than good,
And lying rather than to speak righteousness. [Selah
4 Thou lovest all devouring words,
O thou deceitful tongue.
5 God will likewise destroy thee for ever;
He will take thee up, and pluck thee out of thy tent,
And root thee out of the land of the living. [Selah
6 The righteous also shall see it, and fear,
And shall laugh at him, saying,
7 Lo, this is the man that made not God his strength,
But trusted in the abundance of his riches,
And strengthened himself in his wickedness.
8 But as for me, I am like a green olive-tree in the house of God:
I trust in the lovingkindness of God for ever and ever.
9 I will give thee thanks for ever, because thou hast done it;
And I will hope in thy name, for it is good, in the presence of thy saints.
Domínio Público. Esta tradução bíblica de domínio público é trazida a você por cortesia de eBible.org.
1 Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester.2 Als Doeg, de Edomiet, gekomen was, en Saul te kennen gegeven, en tot hem gezegd had: David is gekomen ten huize van Achimelech.3 Wat beroemt gij u in het kwaad, o gij geweldige? Gods goedertierenheid duurt toch den gansen dag.4 Uw tong denkt enkel schade als een geslepen scheermes, werkende bedrog.5 Gij hebt het kwade liever dan het goede, de leugen, dan gerechtigheid te spreken. Sela.6 Gij hebt lief alle woorden van verslinding, en een tong des bedrogs.7 God zal u ook afbreken in eeuwigheid; Hij zal u wegrapen en u uit de tent uitrukken; ja, Hij zal u uitwortelen uit het land der levenden. Sela.8 En de rechtvaardigen zullen het zien, en vrezen; en zij zullen over hem lachen, zeggende:9 Ziet den man, die God niet stelde tot Zijn Sterkte, maar vertrouwde op de veelheid zijns rijkdoms; hij was sterk geworden door zijn beschadigen. [ (Psalms 52:10) Maar ik zal zijn als een groene olijfboom in Gods huis; ik vertrouw op Gods goedertierenheid eeuwiglijk en altoos. ] [ (Psalms 52:11) Ik zal U loven in eeuwigheid, omdat Gij het gedaan hebt; en ik zal Uw Naam verwachten; want hij is goed voor Uw gunstgenoten. ]