1 Vi som er sterke, er skyldige til å bære de svakes skrøpeligheter og ikke være oss selv til behag; 2 enhver av oss være sin næste til behag, til hans gagn, til opbyggelse! 3 For Kristus levde heller ikke sig selv til behag, men, som skrevet er: Deres hån som hånte dig, falt på mig. 4 For alt som før er skrevet, det er skrevet oss til lærdom, forat vi skal ha håp ved det tålmod og den trøst som skriftene gir.
5 Men tålmodets og trøstens Gud gi eder å ha ett sinn innbyrdes efter Kristi Jesu forbillede, 6 så at I enige, med én munn, kan prise Gud og vår Herre Jesu Kristi Fader!
7 Derfor ta eder av hverandre, likesom og Kristus tok sig av eder til Guds ære!
8 Jeg mener: Kristus er blitt en tjener for de omskårne for Guds sanndruhets skyld, for å stadfeste løftene til fedrene, 9 men hedningene skal prise Gud for miskunnhet, som skrevet er: Derfor vil jeg prise dig iblandt hedninger og lovsynge ditt navn. 10 Og atter sier Skriften: Gled eder, I hedninger, sammen med hans folk! 11 Og atter: Lov Herren, alle hedninger, og pris ham, alle folk! 12 Og atter sier Esaias: Det skal komme det Isais rotskudd, han som reiser sig for å herske over hedninger; på ham skal hedningene håpe.
13 Men håpets Gud fylle eder med all glede og fred i eders tro, så I kan være rike på håp ved den Hellige Ånds kraft!
14 Men også jeg, mine brødre, har den visse tro om eder at I av eder selv er fulle av godhet, fylt med all kunnskap, i stand til også å formane hverandre; 15 men allikevel har jeg til dels skrevet eder noget djervt til for atter å påminne eder, efter den nåde som er mig gitt av Gud, 16 at jeg skal være Kristi Jesu offerprest for hedningene, idet jeg prestelig forvalter Guds evangelium, forat hedningene kan bli et velbehagelig offer, helliget ved den Hellige Ånd.
17 Derfor har jeg min ros i Kristus Jesus, i min tjeneste for Gud; 18 for jeg vil ikke driste mig til å tale om annet enn det som Kristus har virket ved mig for å føre hedningene til lydighet, ved ord og gjerning, 19 ved tegns og underes kraft, ved Åndens kraft, så at jeg fra Jerusalem og rundt omkring like til Illyria har fullt kunngjort Kristi evangelium, 20 dog så at jeg satte min ære i å forkynne evangeliet, ikke der hvor Kristus allerede var nevnt, forat jeg ikke skulde bygge på fremmed grunnvoll, 21 men, som skrevet er: De som ikke har fått budskap om ham, skal se, og de som ikke har hørt, skal forstå.
22 Derved især er jeg blitt hindret fra å komme til eder; 23 men nu, da jeg ikke lenger har rum i disse land, men i mange år har hatt lengsel efter å komme til eder, 24 håper jeg å få se eder på gjennemreisen når jeg drar til Spania, og få følge av eder dit når jeg først i nogen mon har hatt godt av eder. 25 Men nu drar jeg til Jerusalem i de helliges tjeneste. 26 For Makedonia og Akaia har villet gjøre et sammenskudd for de fattige blandt de hellige i Jerusalem. 27 De har så villet, og de står også i gjeld til dem; for har hedningene fått del i deres åndelige goder, da er de også skyldige til å tjene dem med de timelige. 28 Når jeg da har fullført dette og lagt denne frukt i deres hender, vil jeg dra derfra gjennem eders by til Spania, 29 og jeg vet at når jeg kommer til eder, skal jeg komme med en fylde av Kristi velsignelse.
30 Men jeg formaner eder, brødre, ved vår Herre Jesus Kristus og ved Åndens kjærlighet at I strider sammen med mig i eders bønner for mig til Gud,
31 forat jeg må utfries fra de vantro i Judea, og mitt ærend til Jerusalem må tekkes de hellige, 32 så jeg kan komme til eder med glede, om Gud så vil, og få vederkvege mig sammen med eder. 33 Fredens Gud være med eder alle! Amen.
1 Wij, sterken, moeten de gevoeligheden van de zwakken verdragen in plaats van ons eigen belang voorop te stellen. 2 Laten we ieder het belang van onze naaste vooropstellen en doen wat goed en opbouwend voor die naaste is. 3 Want zelfs Christus stelde niet zijn eigen belang voorop, maar, zoals in de Schriften staat: "Toen men U bespotte, is hun spot op Mij terechtgekomen." 4 Wat destijds in de Schriften werd opgetekend, staat daar als een les voor ons, om ons hoop te geven doordat we volhouden en uit de Schriften bemoediging putten. 5 Ik bid dat de God die helpt om vol te houden en die bemoediging schenkt, jullie de eensgezindheid zal geven die Christus Jezus van jullie verlangt. 6 Dan zullen jullie eenstemmig en gezamenlijk de God en Vader van onze Heer Jezus Christus verheerlijken. 7 Aanvaard elkaar dus, zoals Christus jullie heeft aanvaard, tot eer van God. 8 Want ik vertel jullie: Christus stelde zich ten dienste van de Joden om de beloften die aan Abraham, Isaak en Jakob waren gegeven, uit te voeren en zo Gods betrouwbaarheid te bevestigen, 9 en ook opdat de niet-Joden God zouden verheerlijken omwille van zijn mededogen. In de Schriften staat immers: "Daarom zal ik U prijzen te midden van de volken en U bezingen." 10 En elders staat: "Volken, verheug u samen met Gods volk." 11 En nog elders: "Loof de Heer, alle volken, laat alle naties Hem loven." 12 En Jesaja zegt: "Uit Isaï zal een nieuwe afstammeling komen: Hij die komt om over de volken te heersen. Op Hem zullen de volken hun hoop stellen." 13 Ik bid dat de God die hoop geeft, jullie allen met vreugde en vrede zal vullen, door het geloof. Dan zullen jullie overvloedig veel hoop hebben, doordat de Heilige Geest in jullie werkt.
14 Broeders en zusters, ik ben ervan overtuigd dat jullie volkomen goed zijn, over alle kennis beschikken en bekwaam zijn om elkaar terecht te wijzen. 15 Ik heb jullie geschreven op vrijmoedige toon, om jullie enkele zaken in herinnering te brengen. God heeft mij namelijk het voorrecht geschonken, 16 ten behoeve van de niet-Joden in dienst van Christus Jezus te staan. Het is mijn priesterlijke taak, Gods evangelie aan de niet-Joden te verkondigen en hen aan God aan te bieden als een offer dat door de Heilige Geest aan Hem is toegewijd en dat Hem zal bevallen. 17 Het is dankzij Christus Jezus dat ik fier mag zijn op hetgeen ik voor God doe. 18 Ik durf over niets anders te spreken dan hetgeen Christus door mij heeft gedaan om te zorgen dat de niet-Joden Hem gehoorzaam zouden worden: mijn woorden en daden, 19 de machtige tekenen en wonderen die ik heb verricht doordat Gods Geest in mij werkte. Zo heb ik overal het evangelie van Christus verspreid, van Jeruzalem en omstreken tot Illyrië. 20 Mijn enige ambitie is het evangelie te verkondigen op plaatsen waar men nog niet van Christus heeft gehoord, zodat ik niet bouw op de fundering die een ander heeft gelegd. 21 In de Schriften staat: "Zij aan wie Hij niet was aangekondigd, zullen zien, en zij die niet hadden gehoord, zullen begrijpen." 22 Dat is de reden dat ik zo vaak ben verhinderd om jullie te bezoeken.
23 Maar nu is er in deze streken geen werk meer voor mij en aangezien ik er al vele jaren naar verlang bij jullie te komen, 24 hoop ik jullie onderweg te bezoeken wanneer ik naar Spanje reis. Ik hoop een tijdje bij jullie te verblijven en door jullie te worden toegerust voor mijn verdere reis. 25 Maar nu ben ik op weg naar Jeruzalem om de christenen daar bij te staan. 26 De kerkgemeenschappen in Macedonië en Achaje hebben namelijk besloten, een gezamenlijke gift te geven voor de armen onder de christenen in Jeruzalem. 27 Ze doen dit vrijwillig, maar eigenlijk zijn ze het aan hen verplicht, want als de gelovigen in Jeruzalem hun geestelijke zegeningen met de niet-Joden gedeeld hebben, dan behoren de niet-Joden de gelovigen in Jeruzalem materieel bij te staan. 28 Wanneer ik deze taak heb voltooid en de gift veilig heb overhandigd, zal ik via jullie naar Spanje reizen. 29 En ik weet dat wanneer ik bij jullie kom, ik zal komen met de volle zegen van Christus. 30 Broeders en zusters, ik spoor jullie aan, met beroep op onze Heer Jezus Christus en de liefde van de Geest, help mij door voor mij tot God te bidden, 31 dat ik tegen de ongelovigen in Judea beschermd zal worden en dat de gift die ik zal brengen de christenen in Jeruzalem zal bevallen. 32 Dan zal ik, als God het wil, vol vreugde naar jullie toe komen en bij jullie tot rust komen. 33 Ik wens jullie toe dat de God van vrede bij jullie allen zal zijn. Amen.